Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 91

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 91

3 minuten leestijd

77

van zijn vermeende hoogte laag; neer op anderen, die er maar even met hun kennis doorkomen en zich telkens vergissen. Wie tot eere in maatschappij of kerk opklom, pleegt een soort minachting te gevoelen voor menschen die niet in tel zijn. Vlugge, vaardige geesten vermaken zich soms op schandelijke wijs over anderer loom- en logheid. En evenzoo ziet men n\i maar al te dikwijls ingeleide zielen, die veel gezicht van God in het heiligdom ontvingen, met zekere minachting neerzien op die geestelijke „halzen en stakkers", die nooit kunnen meepraten, door niets uitmunten en hoogstens even onder de kleinen in het Koninkrijk kunnen meegerekend worden. veel, want ze is een mes dat in twee zielen en twee harten tegelijk verwondt. Immers, hem die ze begaat, prikkelt ze tot hoovaardij en overmoed, en hem aan wien ze begaan wordt, ontmoedigt ze en mat hem af. En toch behoeft men ook tegenover die zonde eenvoudig de waarheid naar Gods Woord te plaatsen, vooral die gezuiverde waarheid, gelijk ze onzen vaderen in het zielsoog blonk, om dit kwaad op veer-

Die

zonde

bederft

tegelijk snijdt,

krachtige wijze

te

stuiten.

Hebben de Pelagianen,

hebben de Arminianen, hebben de vrijedan natuurlijk is dat „verachten van den broeder" volkomen geoorloofd. Want zie, dan is het inderdaad uw bijzondere voortreffelijkheid, dat gij zoo hoog staat, en het is omgekeerd de eigen loomheids en traagheids schuld van dien ander, dat hij het zoover niet bracht, maar een kleine bleef die nauwelijks meetelt. Had Pelagius gelijk, dan moet ge een knap kind ophemelen en prijzen omdat het zoo uitnemend is, en een dom kind hard aanpakken en vertreden omdat het zich zoo dom aanstelt. Dan is er niets tegen te zeggen, als de rijkbegaafde denkt: „Wat ben ik toch veel beter dan die ander, en wat is die andere toch onbeduidend en min." Dan moet de ijverzucht en de zelfverheffing maar ontketend, en dan van den anderen kant de kleine maar in den hoek worden geduwd. W^ant dan is het ook de verdienste van den rijkeren geest dat hij zoo rijk wierd, en de schuld van den schameler bedeelde dat hij zoo armelijk rondloopt. En naardien nu in onze dagen én heel de Roomsche kerk én bijna alle modernen én de meesten der nieuwe orthodoxie dien vrijen wil weer bedekt of openlijk in lieten sluipen, is het volstrekt geen wonder, dat die verachting van den broeder dan ook zoo toenam. Yan natuur neigen we daar reeds toe, en als de prediking, in plaats van dat kwaad te beteugelen, het eer nog aanzet, is het toch licht te begrijpen, dat het welig als het onkruid na den regen opschiet. Maar stel daar tegenover nu eens de eenvoudige, klare, heldere v/aarheid van Gods Heilig Woord, en leer al den volke, dat „niemand, iets heeft tenzii hij het hehhe ontvangen,''' en hoe heel anders wordt dan niet uw blik op u zelf en op uw broederen. Stel eens, gij zijt dan nu zulk eeji rijk begaafde en ook geestelijk wilsdrijvers gelijk,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 91

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's