Honig uit den rotssteen - pagina 249
!
235
Maar zoo wierd het sterker nog; in onze dagen nu de emancipatiegedachte vooral de schoone vrouwen boeit en heur de schoonheid, zoo God het niet verhoedt, tot een rampzaligen vloek doet worden. In onze dagen, nu heel het leven van binnen naar buiten wordt gekeerd en de schoone vrouw in natuur en kunst wordt verafgood. In onze dagen bovenal, nu een meisje al haar uren van al haar dagen kan doorbrengen met over niets dan de elk seizoen wisselende kleeding te denken. Een maalstroom die alles meevoert! Wie, wie, die schoon is en gezocht wordt, houdt in die schrikkelijke gevaren stand ;
Toch kan
Ook
het.
Keren-Happuchs kminen haar
.Jezus vinden; mits ze niet mits ze voelen: „Ik kom er nooit!" en dies reddeloos zich in Jezus' armen werpen, om er juist zóó wél te komen bovenul, mits ze bewaard worden voor en strijden tegen het het vermengen van zelfaanbidding schrikkelijkste wat komen kan met aanbidding van den Heere. Ouders, hebt daarom vooral uw „schoone meisjes" lief met een
de
met het
heilige coquetteeren
;
;
:
bijzondere dat
ge
ze
God u van ze ooit als mooie speelpoppen ouderlijke ijdelheid te laten kijken. Ziet toch toe, prikkelt ten kwade door kleedij of opschik. Helpt Beware
liefde.
uw
tot streeling van,
nooit
den Booze ontvlieden, door vooral zulk een meisje van buiten naar hinnen te leiden, naar een schoon dat edeler en heiliger blinkt in de schatkameren der ziel. ze
LXXIX. Jltonti, aïïc
öagen, tiencnbc.
En een iegelijk priester stond wel alle dagen dienende, maar deze, één slachtoffer voor de zonde geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods. Hebr. 10 11, 12. :
Nog
het scheelt voor onzen „Buiten," nu niet bedoeld in den zin van de goddeloozen, die den heerlijken Zoon van God in hun verblindheid nog vloeken; ook niet ziende op hen, die wel zochten maar nog niet vonden, o Neen, alleen op wezenlijk bekeerde personen heb ik het oog; op kinderen Gods, die het niet alleen eeuwig in de verkiezing zijn, maar het ook door bekeering in het tijdelijke wierden; op zulk soort menschen, die in der daad en
huilen?
of
reeds
in
den
Verlosser?
geestelijken persoon zoo naamloos veel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's