Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 32

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 32

3 minuten leestijd

22 juist

voor

dit

zoeken afgezonderd.

geestelijk

Is het

wonder, dat de

oogst des levens rijper, rijker, voller wordt? Ook de onverbiddelijke drang der noodzakelijkheid schijnt het ambt ten zegen te zijn. Wie vindt anders niet geheele perioden in zijn dat er aan studie van het heilige Gods ternauwernood werd gedacht? Maar bij het ambt is dit afgesneden! Sabbath loopt sabbath na met de ijle der wegvloeiende weke. En ook tusschen sabbath en sabbath moet er gesproken, gebeden, geleeraard, getroost. Niet of de lust wenkt, is de vraag. Het hoogere moeten van het ambt komt de zwakke neiging der ziel ter hulpe. Telkens baadt men zich in den vollen stroom des levens en der genade, waar men zonder het ambt geen voetzool zou hebben natgemaakt. Vooral vergete men niet, dat de prikkels zooveel sterker zijn, die tot krachtige opleving des geestes aanzetten. De meeste aangrijpende voorvallen des levens kruisen het ambt op zijn weg. Geboorte en sterven, binding en ontbinding van huwelijk, ziekte en herstelling, benauwdheid en uitredding, val in zonde en weeropbeuring, ze vragen alle beurtelings dat het ambt ze geleide door dal en over heuvel; een vertrouwen, als nauwelijks vermoed wordt, lokt het ambt in de teederste, heiligste trillingen van het menschenhart men hoort in het umbt tonen uit 's menschen ziel, die geen tweemaal in een menschenleven te beluisteren zijn men wordt vertrouwd met genadeleidingen onzes grooten Gods en Zaligmakers, die dag aan dag zijn werkende, arbeidende, wederbarende en leidende kracht als zichtbaar voor oogen teekenen, ^ en al zou soms de drang tot eigen gebed aflaten, dan nog zou het geroep „bid voor mij !" den priester Gods tot voorbede nopen. Die nog niet zelf bidden k\innen, zijn zoovelen. Er is dus veel van het ambt te zeggen. Het kan in een diepte van het heilgeheim leiden, die buiten het ambt niet gekend wordt. De apostelen en kerkvaders en godzaligen uit den Hervormingsdag zijn van dien hoogeren zegen de onsterfelijke getuigen. Het ambt, mits met genade doorschenen, verfijnt het geloof, ontplooit het verborgen leven en verhoo2;t de kracht van den geest. leven,

;

:

Toch

verlieze

zoozeer als het achtig te maken.

men daarom ambt

de schaduwzijde niet uit het oog. Niets

dreigt onwaar, oneerlijk, onoprecht en huichel-

Dat telkens moeten bidden, spreken, voorgaan, doopen, zegenen, o, het kan bij den wedergeborene de rijping des innerlijken levens verhaasten, maar kan het ook niet verstikkend en verdoovend zeer zeker!

werken, zoo het tot die volle, krachtige, onvoorwaardelijke en besliste doorbreking des levens nog niet kwam? Het ware wel af te bidden, dat niemand in het ambt ging, dan na persoonlijk door onzen Heere en Koning gegrepen te zijn. Maar de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's