Dat de genade particulier is - pagina 134
124 Gereformeerde veroordeeld
Om
kerk
herhaaldelijk
als
ongenoegzaam
en
onhoudbaar
is.
allen schijn van partijdigheid en onjuistheid te mijden, zullen
we daartoe de woorden overdrukken, waarin de Amyraldisten zelven hun stelsel hebben aanbevolen. Zoo schrijft dan Mozes Amyraldus zelf in zijn boek, genaamd: Specimen exam. ad. versionum in exercitationes de gratia universdli, p. 119, dit: „Om nu tot de zaak zelve te komen, zoo leeren wij dan,
De ééne die van buitenaf tot den een schoolschen term de „voorwerpelijke" (objectieve) genade zou kunnen noemen; de andere die van binnen in de ziel den mensch aangrijpt, en dus „onderwerpelijk" (subjectief) van aard is. Die eerste soort genade houdt den mensch voor en biedt hem aan wat hij gelooven moet; en het is eerst die tweede soort genade, die den mensch inwendig bekwaam maakt, om hetgeen hem aangeboden wordt, in zich op te nemen en te verwerken. Die eerste genade richt zich uit dien hoofde tot allen; die tweede wordt slechts aan tveiniyen geschonken. Overweegt men dit wel, dan blijkt alzoo, dat er tusschen mij en de Gereformeerden geen verschil bestaat over de weldaad Gods, die in de toepassende genade ligt. Die toch leiden wij beiden af uit het raadsbesluit Gods; belijden we beiden dat krachtens de uitverkiezing slechts het deel van enkelen wordt; die dit hun heil eenig en alleenlijk aan de particuliere genade Gods te danken hebben, en het aan niets anders dan aan Gods volstrekt vrij welbehagen mogen toeschrijven, dat zij ontvingen wat anderen derven bleven, en hoe ook beschouwd, alleen door Gods bijzondere gunst het voordeel bekomen, dat ze deze genade nooit zullen verliezen en eens tot het volle heil zullen doordringen." Zoo sprak let nu wel niet de Gereformeerde kerk, maar Amyraldus, en het was de Gereformeerde kerk, die dit gevoelen verwierp. Iets waar we deswege zoo bijzonder de aandacht op vestigen, omdat we bijna zeker weten, dat de meesten onzer lezers bovengemelde voorstelling als voor het nee plus ultra van „zuiver gereformeerd" verslijten zouden. Wil men weten wat onze vaderen dan op dit Amyraldisme hadden aan te merken, laat één hunner, b.v.. Lod. du Blanc, het ons dan in dezer voege duidelijk maken: „De godgeleerden die het voetspoor van Amyraut drukten, bedoelden met „algemeene genade", niet een genade die inwendig den mensch bewerkt, maar alleen een uitwendig van Gods wege den mensch aangeboden heil. Ze leerden namelijk, dat God de Vader zijn eeniggeboren Zoon in den dood 'had overgegeven, opdat er door dien dood voor de zonden van alle menschen voldoening zou geschonken worden aan de goddelijke gerechtigheid, ^n dat God de Heere, na aldus in verzoende verhouding tot de wereld te zijn getreden, alsnu door uitwendige roepiüg alle menschen tot dat dat er een dubbele genade bestaat.
mensch nadert en
;
die
men met
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's