Honig uit den rotssteen - pagina 226
212 zelf
in het stof eu werpt u met die spotters in één schuld voor den daarom alleen alle ding meenens moet gedaan
Heilige, en leert u dat
moet doordacht worden, omdat God achter alle ding en er nooit iets is, waarvan ge zeggen kunt: Dat raakt mij alleen en niet God! De „ernstige" man maakt zelf zijn bepalingen en toornt tegen al wat tegen dien zelf gekozen regel indruischt; maar de man die God vreest buigt voor de wet zijns Gods en loopt toe met al Gods volk tot het bloed der verzoening. Er kan in u „ernst" en toch nog pure zelfaanbidding zijn, terwijl „vreeze Gods'' u blijft verontrusten, tot zoolang elke afgod van binnen viel. „Ernst" kan er zijn ook op een doodsbed, waarvan men naar de hel wordt uitgedragen, maar „vreeze Gods" draagt in zich de heerlijke belofte, om „de verborgenheden Gods" te zullen zien. En nu verstaat ge dan ook, waarom men aan den „ernst" wel aan wil, maar al meer mijdt om van „vreeze Gods" te spreken. „Och, dat praten over „ernst" streelt het eigen ik nog, daar blijft het inbeeldend „ik" nog bij leven. Maar als de „vreeze Gods" komt, moet heel het schepsel er onder, en blijft Hij, de Heere, alleen groot. De les hieruit te trekken, ligt voor de hand. Is alzoo „ernst" een veel lager denkbeeld, dat alleen als tegenstelling met de ontzettende onbezonnenheid onzer eeuw zijn edeler stempel draagt; en leerde de Schrift ons niet maar van „ernst", neen maar van iets veel hoogers, heerlijkers en heiligs, namelijk van „vreeze Gods" te spreken, dan voegt het ons Christenen ook te erkennen dat we in den grond „owernstig" zijn en onze Christelijke eere verloochenen, zoo we, door den geest der eeuw in stee van door Gods Woord ons inspireeren latend, aan de vreeze Gods de zenuw doorsnijden, tot er niets dan „ernst" overblijft.
meenens
en
schuilt
LXXII. 3iIÏ50o l^ccft Doii 0111
€^nit\\i
.^^idj^cïbcn niet licdjccdijüt
Ijoogcjjnc^tcr te üinrticii.
Niemand neemt zichzelven van God geroepen wordt,
die
Aaron.
Christus
een
is
gestadig,
ons de profeet. D. w. een gedurig woord van
z.
hij
hem
die eer, maar gelijkerwijs als Hebr. 5 : 4.
spreekt ons toe. tot
ons
uit.
Of
Er gaat het reeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's