Het heil in ons - pagina 167
167
XVIII.
OOK ONBEWUSTE ZONDE, ZONDE! (besluit.)
Schep
mq
een rein hart, o God!
Psalm
51
:
12.
we ons zelven niets bewust zijn, meetelt bij de beoordeeling van onzen geestelijken toestand, is een gedachte die reeds op zich zelve, als nieuwe zonde, hém die ze koestert en prediken durft, ontheiligt. Laat u dus toch nooit door de Perfectisten in het oor fluisteren, „dat er een o, zoo sterk verschil bestaat tusschen bewuste en onbewuste zonden; en dat we natuurlijk de onbewuste zonden zoomin bestrijden Te zeggen,
dan
ook
dat een zonde, waarvan
niet
voorkomen kunnen; maar dat die dan ook niet meerekenen, en met u dus reeds wél zal zijn, indien ge maar het vallen in bewuste zonden voor eenmaal en voorgoed te boven komt." Dit liedeke van den verleider kennen we! Zoetelijk lispelt men u zijn betooverende klanken in het oor. Het schijnt toch ook zoo waar, wat ze u zeggen! Is er wel iets tegen in te brengen?
als
het
En, zie, eer ge er zelf op verdacht zijt, doolt ge, zoo bij u zelven sprekend, en op dat liefelijk geklank afgaande, in deze diep onzedelijke doling met hen mee! Zeer zeker, het is volkomen waar: een zonde, waarvan ge geen o. bewustheid hebt, die kunt ge ook niet bestrijden, veel min in Gods kracht te boven komen. Dit anders te zeggen is eenvoudig gebrek aan doordenken. Bewustheid, dat wil hier zeggen, persoonlijke kennis van uw vijand, is voor eiken zedelijken strijd, onafwijsbare eisch. Maar mogen we u vragen: dat ge er geen bewustheid van hebt, is dat wel van iets anders het gevolg dan van uw zondigen toestand? En als het voor een kwaden boom nog winter is, dat het booze lot nog niet uitschoot en de kwade vrucht nog de takken niet ontsiert, maakt dat dien boom goed? Uw zondige toestand is die dan minder zondig en onheilig en ^ verfoeielijk dan uw zondige daad? Werkt ge dan alleen voor Gods oog of bestaat ge ook voor Hem? En indien ook het laatste, en ge dus ook voor den Heilige te rekenen hebt met uw bestaan, met uw manier van zijn, met den wortel van uw wezen, zooals ge door Hem doorschouwd wordt, och, wat mijn lieve broeder, baat het u dan, of ge al zeggen kunt: „Ik heb mijn hart gezuiverd," indien de bron der onzuiverheden, zelfs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's