Het heil in ons - pagina 253
243 alles den mensch was gelijk geworden. De hooge, volle onmiudellijke levensgemeenschap tusschen den hoogen God en het hoogste (al viel het ook het laagst) van zijn schepselen. Dat kwam eerst in den „Godmensch." Het Kindeke in de kribbe, en toch van het engelenheir in Efrata's velden goddelijke eer! Zoolang het dnartoe nog niet kwam en het toch daarheen op weg was, onderhield de Jacobsladder de gemeenschap, d. i. zocht en trok de Heere zijn volk door den dienst der engelen. Dienovereenkomstig verschijnt ook de Messias in die dagen als engel, maar als een engel in wien zich het aangezicht Gods afspiegelde, wiens bijzijn de nabijheid Gods deed ervaren, uit wiens oog als een neerzien Gods in de ziel drong, en daarom „Engel des aatigezichts." Uit hem sprak niet de dienende geest der engelen, maar de geest als van een Meerdere, die macht heeft en gebod, de geest als van een die weet aller Heere en Heere van alle ding te zijn, een machtsbesef als de almacht Godes, dienend als de engelen dienen ja, maar ondanks zijn natuur, krachtens zijn wil, door ontferming, uit liefde. En wijl niet de dienende geest der engelen, maar de geest van een, die weet aller Heere te zijn, uit hem sprak, heet hij „Engel des Heeren" d. i. Engel van Jehovah, van Hem die, zijnde wat Hij was en zijn zullend wat Hij is, juist aan dat onwankelbaar zelfgenoegzame zijn heerschersmacht over alles, wat onder de wet der verandering
zonde, eisch
in
is
gebonden
En
ligt,
toch
ontleent.
troostte
hij,
toch verschrikte
hij
niet.
Hij
kwam
niet als
een vreemde, maar werd herkend. Zijn macht lag gebonden door zijn eigen woord, door zijn trouw, door zijn genade. Immers Israël had het Verhond ontvangen. Het wist, wat het einde zou zijn. Het was Israël gezegd, dat het op zijn God kon rekenen. Het werk dat Hij doende was, het was aan Israël als een w^erk der redding, der bevrijding, der zaligmaking geopenbaard. Falen kon het niet. Gods eigen woord was onderpand, ten borg van trouw in een verbond, met zwering van eeden bezegeld. Dat woord waar te maken, die trouw te toonen, die belofte te doen naderen aan haar vervulling, dat verbond uit de sprake der lippen tot een band van hart aan hart, van leven aan leven te maken, was het doel waarmee de Messias als engel zich aanschouwden liet. Vandaar die andere naam: „Engel des Verbond s." En die Engel der heerlijkheid verscheen niet slechts in Israël, maar waakte voor Israël, ook als hij zich terugtrok. Telkens scheen het er onder te gaan, door Israëls schuld, door afval der priesters, door zonde der koningen, door ongerechtigheid in dorp en stad, er onder te gaan door de verleiding der Astheroths en Melachêts, ten onder door den wassenden vloed van de macht der koningen der volkeren, zóó zelfs dat meer en meer die vloed Israël overstroomt, bedelft, eens zelfs wegslaat van zijn erf en het wegwerpt tot achter den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's