Heils termen - pagina 73
63 gemeenscliappelijke Openbaring, die op de bladzijden der Schrift als in teekening voor ons ligt, het Teeken een zeer gewichtige plaats inneemt tiisschen het Heilswoord en het Heilsfeit, dan is hiermee nog volstrekt de mogelijkheid niet uitgesloten, dat in de tweede of persoonlijke Openbaring, dus in 's Christens levensleiding, dat Teeken werd gemist. Houdt men dit niet in het oog, dan kan de vraag der twijfelziicht niet onderdrukt worden waarom zoovele en zoo machtige wonderen in de Schrift voorkomen, waarvan de weerga door niet een onzer in het eigen leven werd aanschouwd. De aanvankelijke overwinning, door de modernen in hun strijd tegen de wonderen bij een gedeelte der gemeente behaald, is vooral aan de miskenning dezer :
te wijten. De gemeente had nu eenmaal de grenslijn uitgewischt, die de geschiedenis der Heilsopenbaring en de geschiedenis van haar eigen leven scheiden moet, en het moest den modernen dus
onderscheiding
wel
licht
wone
vallen,
ook
leven,
de
Gods in het verleden van Passen
we nu
van zulke wonderen in het geonwaarschijnlijkheid van zulke machtdaden
uit de afwezigheid tot
Israël te besluiten.
onderscheiding toe op het Teeken, dan den eersten oogopslag, dat de Teekenen in de Heilsopenbaring veelszins een ander karakter dragen dan de Teekenen, die God thans nog in zijn barmhartigheid aan zijn geloovigen schenkt. We gaan het veiligst, zoo we dit verschil tnsschen beide soorten van Teekenen in dezer voege omschrijven de Teekenen der Schrift zijn of op zich zelf wonderen, óf gaan van wonderen verzeld; de Teekenen in 's Christens leven daarentegen zijn op zich zelf gewone feiten, maar die een buitengew^oon karakter verkrijgen door een lichtstraal des Geestes die ze in een geheel bijzonder licht aan het oog des geloovigen vertoont. Dit verschil hangt met het onderscheid van bedeeling op het nauwste saam. Om een huis te bouwen graaft men in den bestaanden grond in, maar bij het wonen in het gebouwde huis kan van zulk een ingraven geen sprake zijn. Toen dus het gebouw van Gods heil op deze aarde gesticht zou worden, kon dit niet geschieden zonder inbreking in den bestaanden toestand, en was dus de inbrekende kracht van het wonder volstrekt onmisbaar. Thans daarentegen, nu blijkt
ook
hier
diezelfde
reeds
bij
:
dat
gebouw
voltooid
in het gebouw van geheel doelloos zijn.
daarom
voor
ons
Gods
heil
en de tijd is aangebroken, om wonen, zou zulk een inbreken
staat,
te
de inbreking in den bestaanden toestand, dat is het wonder, thans niet meer geëischt, daarmee heeft het Teeken echter geenszins zijn karakter van wonder verloren. Immers ook nu nog moet er inbreking plaats grijpen, wel niet in den stand der zichtbare dingen, maar zeer degelijk in het hart. Het wonder is dus thans een inw^endig geworden, gelijk het in de Heilsopenbaring een uitwendig was, en het kan derhalve niet anders, of Is
uitwendige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's