Honig uit den rotssteen - pagina 129
115
dan
niet gekocht,
zijt
ge bedeeld, begiftigd, dan
is
het u ten gesche.vke
geschonken.
En natuurlijk, wie zou daar onder al Gods kinderen iets op tegen hebben? Genade achter ons, genade om ons, niets dan genade eeuwig voor ons uit We weten van niets anders, en we kennen niets anders. En toch weet ge wel, dat ge op die manier, met niets dan genade, als ge maar dieper er inleeft, nog om zoudt komen door het eeuwig tekort van uw dankbaarheidsschuld ? Want zie, mijn broeder, als God Drieëenig u dat onbeschrijflijke, u dat onnoemlijke, u dat weergaloos onuitsprekelijke heil zoo maar ten geschenke, en dus als een geschenk biedt, dan zoudt gij daarmee voor uw eigen consciëntie nog onder een eeuwige zedelijke schuld van dankbetoon komen, waarbij ge !
nooit vrede vondt. Want of ge dan al slaafdet en sloofdet, om den Heere uw God iets van die schuld der dankbaarheid af te doen, ge kwaamt er nooit, nooit, ter halver wege, en altijd zoudt ge in uw ziel beklemd liggen
met een opgekropt verwijt. Zooals we tegen een vriend,
die al te zeer ons met weldaden over„Lieve vriend, ge maakt het me benauwd !" wel eens zeggen zoo zou ook ons dan de overstelpende grootheid van Gods liefde eer benauwen dan verhetien gaan. Want hoe kwaamt ge er ooit onder uit? En daarom heeft uw God, dat wetende, u door den Heiligen Geest doen toeroepen: „Komt en koopt zonder geld!" Dat wil zeggen: gij zult niets te betalen hebben, in eeuwigheid niet, en toch zult ge het even vrij bezitten alsof gij het gekocht hadt. En nooit, nooit zal de Albarmhartige tot u komen om te vragen: „Wat vergeldt gij Mij nu voor zooveel goedheid!" Neen, kind van God, ge heb gekocht. Het heil is uwe. Naar recht is het uwe, wat tegen recht het uwe geworden is. En uw volheerlijke God schonk u niet maar één, maar een dubbele genade, t. w. ten eerste de genade van uw heil, en toen nog ten tweede de genade dat ge dat heil als gekocht zoudt bezitten. Een koopen waarop zeer zeker, en in veel hooger mate nog, dankbaarheid volgt. Maar niet meer de wereldsche, neen maar de hemeldankbaarheid. Geen dankbaarheid die denkt een schuld te sche moeten of te kunnen afdoen. Maar zulk een dankbaarheid, die in liefde opbloeit, en liefde is gemeenschap, gemeenschap met den stille Heiligen Geest, in zin, in woord en w^erk. Alle rekenen moet dus weg, alle meten en wegen van dank tegen genade. „Komt koopt!" roept de Heilige Israëls, en die om niet „gekocht" heeft, is niet tot minder, maar tot meerder, dieper, rijker dank gehouden. Alleen tot dank uit een ander beginsel ; niet benauwend maar vrijmakend; niet om af te doen, maar om er zich altijd dieper in te werken; en altijd meer en altijd weer meerder verplicht te zijn, laadt,
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's