Practijk der godzaligheid - pagina 250
243 ende elders door gaens). Eyndelijck, so en ghebieden wij sekeren gesetten vastendach, want dat meer Jodisch dan Christelyck is (Euseb. in zijn eccl. histor. in de 5 boek cap. 18): maar aangaende het besonder vasten, is ons ghenoech dat wij elck vermanen, wat men behoort te doen, of te laten. Ende het ghemeen overal vasten aangaende so wanneer de tij t ende de aanstaande jammer, door onse sonden wel verdient dat eyscht, duncket ons billick ende oorbaarlyck te wesen, dat alsulck vasten door authoriteyt der kerckendienaers, ende der Godvruchtighe wereldlycke ouerheyt, int ghemeyne 7
:
5,
6
gheenen
oueral gheboden worde" ^). En zes:s:e men ons dan, of in dit 2:ezuiverde vasten niet een middel geboden was, dat veler ziel weer inleidde in de volzalige gemeenschap.
Toch is hiermee niet alles gezegd. Er ligt in het vasten ook een geloofsmysterie. Daarover in een
slotartikel.
Y.
NIET BIJ BROOD ALLEEN. Hij verootmoedigde u en liet u hongeren en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uwe vaderen gekend hadden, opdat Hij u bekend maakte, dat de mensch niet alleen van het brood leeft, maar dat de mensch leeft
van
alles,
wat
uit des
Heeren mond Deut. 8
uitgaat. :
3.
De vraag of het vasten ook in onzen tijd voor de Christenheid aanbeveling verdient, beantwoorden we zonder aarzelen in toestemmenden zin. Zelfs zouden we geneigd zijn nog verder te gaan en te beweren: in onzen tijd meer dan ooit. Met Teelinck, in zijn uitnemend „Noodwendigh Vertoogh" (in 1626 door de Leidsche hoogleeraren geapprobeerd) belijdt immers ook elk Christen in onze dagen: „De Heere onze wijze God, die ons duizendmaal beter kent, dan wij ons zelven doen, die weet óók wel, dat onze verdorvene natuur, die altijd naar weelde hunkert (waarvan hoe zij meer verkrijgt, hoe zij meer verdorven wordt), niet wel kan getemt worden, dan door zwarigheid en kwelling." Edoch, wijl het een zaak is, „die weinig te achten is, indien iemand moeite en zwarigheid ^)
Bekentenisse des Christelijcken Gheloofs na de EeijUge Schrift enz., Thed. Baan, 40. 't Latijn beschreven. Cap. 5 fol. 92
eerstelyk in
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's