Honig uit den rotssteen - pagina 53
39 én zijn zuivere menschheid tegelijk te na getreden, en is men onbewust bij een beschouwing van den persoon des Heeren aangekomen, die met beslistheid door de Christelijke kerk wordt weerstaan, bestreden en uitgestooten. En we mogen dan ook, zoomin door eenige redeneering over Oostersche zegswijze als door eenige beschouwing over de ontwikkeling van Jezus' menschelijke natuur, ook maar één oogenblik met onderwerping wijken, zoo dikwijls de gedachte ook maar wordt uitgesproken „Dat heeft Jezus wel (jezegd en gedacht en gemeend, maar daarom was het nog niet zoo En toch, laat ons er geen doekjes om winden, daarop en dddrop alleen komt al die zwevende halfheid van vele modern-orthodoxe heid
:
T
schriftgeleerden thans neer.
Indien Jezus niet geweten niet juist, precies en in volstrekten zin geweten heeft, wat wij van de Heilige Schrift te houden, te gelooven en te belijden hebben, zeg dan maar vrijuit en erken dan maar veilig, dat ook gij, al ware het ook met duizelingwekkende geleerdheid, er ;
nooit achter komt.
Geef den
Dan tot
is
strijd
het
vastheid,
over de autoriteit der Schriftuur dan maar op. zekerheid,
tot
samenleven,
omwoelt en op den wind uitstrooit; maar tot iets waarop een ziel en een huislijk school, en een volk, en een Staat kan bouwen, uw vertoogen en exceptiën en geestelijke ziels-
stof dat ge
al
en
een
komt ge dan met
al
verheffing nooit.
En geeft ge dat toe, mijn broeder? Voelt ge zelf dan niet, dat hier geen vinger tusschen kan? Dat met de aanvaarding of verwerping van Jezus' absoluut gezag, ten deze de Schrift als Schriftuur staat of valt? Dan bid, dan smeek ik u toch, eens even scherp en kalm te willen indenken, wat Jezus in Joh. 10 35 tot de Joden van die Schrift zei. Immers, hij sprak het toen ongezocht, eigener beweging, en op den meest stelligen toon uit, dat die Schrift niet kan gebroken worden. En onder dat breken of heel laten van de Schrift, bedoelde hij niet, het laten staan van een geopenbaarde waarheid het aannemen van een verborgenheid der godzaligheid; het niet tornen aan eenig gebod; of iets dergelijks; noch ook het voor waar houden van een wonder of buitengewone gebeurtenis; noch eindelijk het voor geïnspireerd erkennen van een rechtstreeksche profetie of psalm of godspraak. Neen, maar onder dat niet breken der Schrift bedoelde de Zone Gods een op de letter af voor waar houden en aanvaarden van één enkel woord dat door Mozes in het beschrijven der gewone volkswetten was ingevlochten, en zonder iets aan den zin te veranderen evengoed door een ander woord had kunnen vervangen worden. Of in Exod. 31 waar het woord „goden" in dien zin het 6, :
;
^
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's