Het heil in ons - pagina 162
152
XVII.
DE TWAALF ARTIKELEN DER SCHRIFT. Wie kan zeggen zuiverd
!
Ik heb mijn ha^t geIk ben rein van zonde ? Spr. 20 9. :
:
De taak, die we, met de Heilig:e Schrift tot rechter, tot waarschuwing der lichtbe wogen geesten, tegenover de Perfectisteti, op ons namen, kan gevoeglijk, op een korte resumtie en conclusie na, met dit zeventiende artikel worden besloten. Ons althans is, na uitvoerige lectuur, niet gebleken, dat deze afgeweken geestdrijvers, tot staving van hun gevoelen, eenig ander Schriftgetuigenis te berde hebben gebracht, dat, de moeite des wederleggens waard, niet reeds in de voorafgaande artikelen weerlegd zou zijn. Thans dan ook van dit weerleggen afziende, willen we alsnu aan hen, die nog aarzelen mochten, kortelijk de breede reeks Schriftuurplaatsen voorleggen, die juist omgekeerd in de meest stellige bewoordingen, scherp en snijdend, afdoend en zonder tegenspraak te dulden, het niet bestaan op aarde van onzondige, zondelooze of aan de zonde geheel ontwassen personen bewijzen. En dan vestigen we achtereenvolgens de aandacht op deze beslissende uitspraken:
„Voorwaar er is geen mensch rechtvaardig op aarde, die goed en niet zondig f* (Pred. 7 20). Een getuigenis, dat èn als uitspraak van Salomo's geestelijke bevinding, èn als uitspraak van den Heiligen Geest uitnemende waarde bezit. Immers, Salomo's leeftijd viel in een der heerlijkste perioden van het Godsrijk, toen de schuddingen der ziel en de werking der geestelijke krachten zeer sterk waren, en uit de diepten van 's menschen gemoed de liederen geboren zijn, die nog voor elk kind van God een zielsverkwikking blijven in het land zijner vreemdelingschap. En waar nu de Heilige Geest in zulk een tijd zulk een smartelijke bekentenis uit het hart van zulk een koning eerst uitperst en dan met zijn goddelijk stempel bezegelt, daar spreekt het vanzelf, dat elk die God vreest, met beide handen dit krachtig getuigenis aangrijpt, èn om aan de slingering van zijn hart een eind te maken, èn om zich te troosten en weer op te richten in de kracht des Heeren, indien hij ook viel. Kon. 2o. ,,Want geen mensch is er, die niet zondigt'' (1 8 46), een uitspraak, die ongezocht en zoo mogelijk op nog plechtiger wijs, de waarheid der eerste bevestigt. Ze is genomen uit Salomo's gebed bij de inwijding van den tempel. Met het oog op het bloed lo.
doet
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's