Heils termen - pagina 32
22'
V.
HET PRELUDIUM VAN DEN DERDEN VERBONDSNAAM. DE „HEERE DER HEIRSCHAREN". Onzes
Verlossers
naam
Heirscharen," de Heilige
is
>Heere der
Israëls.
Jesaia 47
:
4.
God, de Almachtige, sloot het eerste verbond met Abraham; Jehovah is de naam, dien God draagt bij de Verbondssluitluy met Israël ; „ Y a d e r, Zoon en Heilige Geest" is de Prieëenige, wiens hoogheerlijke naam het middelpunt vormt van dat nieuwe verbond, dat in het dierbaar bloed des „onstrattelijken en onbevlekkelijken Lams" wierd gegrondvest. Toch zouden we tegelijk den rijkdom der Openbaring en haar wezen miskennen, zoo we meenden, dat met de verklaring van den „Jehovah-naam" reeds het laatste woord over de Godsopenbaring in het Oude Testament gezegd was. Integendeel. Gelijk de Schrift zelve ons toont, dat de Jehovahnaam, die aan Mozes eerst in zijn werkelijkheid en hooge bcteekenis geopenbaard werd, toch reeds aan Abraham en de patriarchen bekend was, zoo ook spreekt de Schrift ons van een geleidelijken overgang, die ons van den „Jehovah-naam" naar den „naam des ])rieëenigcn" leidt. Ook hier vinden we dien rijken, vollen naam des Heeren als achter den Jehovah-naam terug-geschoven, en niet slechts een geloofsvermoeden, maar de geschiedenis der Openbaring zelve toont ons, dat
de vaderen des Ouden Yerbonds de met den Drieëenige hebben gesmaakt.
reeds
troostvolle
gemeenschap
Dit helder in te zien en uit de geschiedenis der Openbaring aan toonen, is van het uiterste gewicht. Hebben we te doen met een God, bij wien geen verandering is noch schaduwe van omkeering, dan moet, ook bij het verschil der onderscheidene bedeelingen, de Drieëenige, uit wien de troost voor onze ziele vloeit, ook voor de vromen uit den voortijd de Bron van gelijke vertroosting geweest zijn. Zal onzer een geloof zijn, naar de gelijkheid van het geloof Abrahams, dan moet het ons klaar worden, dat de vader der gcloovigen tot éénzelfden God met ons geroepen heeft. Zal eindelijk het Oude Verbond ons niet de looze opstal zijn, die bij de verschijning des isieuwen Yerbonds heeft uitgediend, maar het hechte fondament der Openbaring, waarop de Christus staat, en wij in Hem gefundeerd zijn, dan moet de plante der Godskennis, wier ontplooide bloesem in de belijdenis van den Drieëenige ligt, haar wortelen reeds in den bodem des Ouden Yerbonds weten aan te wijzen. te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's