Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 111

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 111

3 minuten leestijd

101 en Hand. 3

25 bewijst, zoowel als Gal, 3 8, dat de Heilige alleen op de heidenen na Christus' hemelvaart laat slaan. Terwijl na Christus' hemelvaart de beperking van de Apostolische prediking tot enkele volken en onder die volken tot enkele individuen, om voorts den wasdom aan het gedijen van het zaad des Woords over te laten, even stelliglijk en duidelijk als de geschiedenis der kerk onder de gekerstende volkeren, aantoont, dat ook maar de kennisgeving of aankondiging dat er, en in wat zin er genade is, op verre na niet alle individuen bereikt. Wel verre van vóór de algemeenheid der genade gewicht in de schaal te leggen, pleit deze ^belofte zeer beslistelijk tegen haar, al was het slechts door den toekomstig en tijdsvorm, „dat ze zullen gezegend worden", waarin toch noodzakelijk ligt opgesloten, dat er althans een zekere tijd zal zijn, waarin die zegen niet voor de overige volken bestemd is, en de bedeeling der genade dus in elk geval tijdelijk wordt niet,

Geest

deze

:

:

belofte

beperkt.

Voeg hier nu bij, dat ook na Abrahams optreden en onder de van zijn engeren kring, slag op slag, scheur na scheur, weer

lieden

de kleine eenheid deelen komt, om eerst Loths nakomelingen, toen Ismaëls afstammelingen, en daarop weer Ezaus volk, de Edomieten, van de genadebedeeling af te snijden; almede dat in Kebekka's dracht de vrijmacht der verkiezing volkomen doorbreekt; en immers de genade feiten stemmen ook hier met de ^enadebeloften saam, om te bewijzen dat door den levenden God, die ons genade bereid heeft, destijds althans die genade particulier was bedoeld.

En maken we nu den

overgang van Abraham op Mozes, dan winnen

natuurlijk de Universalisten niet, maar verliezen ze nogmaals. Of zou het nog noodig zijn ook bij de Sinaïtische bedeeling van het genadeverbond het particulier karakter dezer genade nog aan te

toonen?

Maar immers,

dat ware woordverspilling; bepleiting van wat nieen verdediging van een stelling die niemand aanvalt. Mozes' woord in Exodes 33 16 is voor dat Israëlietische particularisme de door ieder beaamde, noodwendige uitdrukking, als hij zegt: „Alzoo zullen wij afgezonderd worden, ik en uw volk, van alle volk dat op den aardbodem is." En waardoor zou nu die „afzondering" tot stand komen? Door verbodswetten of reinigingswetten? Neen, maar door het feit van 's Heeren genadebedeeling en het schenken van zijn gemeenschap aan Israël, terwijl de toebedeeling dier genade en het openbaren van die gemeenschap aan de heidenen werd onthouden. „Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in uwe oogen? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat?'' En dan volgt er „alzoo", d. w. z.

mand

bestrijdt;

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's