Heils termen - pagina 267
257 het feit ons nog bevreemden zou, dat van geloovige zijde zoo telkens tegen het beroep op Jezus' voorbeeld wordt geprotesteerd. De voorstelling, alsof de volmaakt Eechtvaardige ons slechts ten model zou zijn voorgesteld, waarnaar wij door zedelijke krachtsinspanning ons zondig hart zouden te vervormen hebben, druist te sterk tegen den grondtoon der H. Schrift en de bevinding van het geloovig hart in, om geen weerzin te wekken en niet tot tegenspraak uit te lokken. Liever geen prediking van Jezus' voorbeeld, liever geen opwekking tot navolging van den oversten Leidsman des geloofs, dan zulk eene, waardoor de schat des geloofs aan het arme menschenhart ontstolen wordt. Toch zou het slechts tot schade van het Gemeenteleven zijn, zoo uit weerzin tegen dit misbruik, het kostbaar bestanddeel, dat aan het geloovig hart ook in de navolging van Christus geboden is, vergeten
werd en zelve
te,
de
om
stellen,
Het komt er slechts op aan, uit de H. Schrift beteekenis van Jezus' voorbeeld weer in het licht te vrucht van Jezus' navolging weer te doen genieten,
loor ging.
echte
de
weerhouden te worden door loovige wegen zou doen afdolen. Wat leert ons de H. Schrift nu spreekt er van in Mattheus 11 29 en Joh. 13 3 en 15, in Eom. 15 zonder
:
1
Petr.
2
:
Ze 27
:
:
:
:
:
2:6.
boven
dit
pleegt
men nu
men op
van de navolging Christi? en 20 26, in Lukas 22 1 Cor. 11 1, in Eph. 5
2 21, en evenzoo, behalve in het Schriftwoord, dat we opstel schreven, in Petr. 4 : 1 en 1 Joh. Eaad-, :
en
de vrees, dat ons dit op onge-
deze
Schriftuitspraken met de noodige aandacht, let
verband
en den samenhang, waarin ze voorkomen, en ze, gelijk de eenheid der Schrift eischt, ook met het oog op elkander, dan moet het in het oog springen, dat ze alle slechts op één groote daad in Jezus' leven betrekking hebben, t. w. op zijne vrijwillige zelfvernedering uit de liefde voor zondaren, „Dat gevoelen zij in u, dat ook in Christus Jezus was, die zichzelven vernietigd en vernederd heeft; „Die ons een voorbeeld heeft nagelaten, opdat wij in zijne voetstappen wandelen zouden, en zichzelven voor ons heeft overgegeven;" „Leert van Mij dat Ik nederig ben van harte;" „Gelijk de Zoon des menschen gekomen is, niet om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen;" „Ik heb u de voeten gewasschen, opdat gij alzoo eikanderen zoudt doen;" en wat vermaan tot navolging van den Christus men meer uit de Schrift ons moge voorleggen, het wijst alles, wel bezien, slechts op het ééne hoofdfeit, dat Hij, wien van rechtswege de heerlijkheid toekwam, die heerlijkheid vrijwillig heeft afgelegd, om zichzelven te vernederen uit liefde tot ons. Ons dunkt, meer behoeft niet gezegd te worden, om al aanstonds het enge verband in het oog te doen springen, waarin ook het feit van Thabor tot die navolging onzes Heeren staat. vooral,
het
verklaart
men
17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's