Dr. Kuyper in de Caricatuur - pagina 11
Ge uw
Dat dreven,
uit
de spotprenten die het Heilige aantast'en en met Bijbelwoorden hun satiriek spel uitliet, waardeer ik. Het was te laf en te min om te worden opgenomen.
bundel
Het zou uw bundel ontsierd hebben. Ook dat ge een heusch portret vóór in uw bundel plaatst, is een gelukkige greep. Wie in uw bundel graast, dient toch te weten hoe ik er in eigen persoon uitzie, zoo ter correctie van de caricaturen die steeds een heel andere persoon onder mijn naam lieten figureeren, als ter waardeering van Braakensiek's teekeningen, die soms haast meesterlijke photo's in hun beelden gaven.
de caricatuur op mijn manier vooruit
Bij dien eersten indruk, dat ik
tweede, dat de intentie van onze caricaturisten in
ons menschelijk leven, en bijna
in
den regel
persoon, dat
in ieder
was. Er
loffelijk
we den
menschelijke dwaasheid niet missen kunnen. Hoog-theologisch
is
hielp,
voegde zich
als
zooveel „costelijk mal"
gullen lach ter correctie van zooveel
ophalen, maar ik moet er van zeggen. In de Schrift wordt ons meer dan eens gezegd, dat de heilige God spot en lacht met de dwaasheid die uit ons zondig bestaan opdoemt. Fijne ironie geeselt in Psalm en Profetie keer op keer de zondige verhoudingen die zich in 't leven afteekenden. En als Jezus de Pharizeën
toch
zal ik dit niet
iets
striemt,
er
is
in
snerpend woord meer dan eens een teekening,
zijn
die,
met
fijne
gebracht, een snijdende caricatuur zou uitgeven. Zie ze maar, die Pharizeërs, bezig,
om
stift
de
in
beeld
en de komijn te vertienen, de huizen der weduwen opetend onder een lang gebed, op de markt hun gebeden rekkend, en de vooraanzitting begeerend in de Synagoge. Alles spotbeeld in heilig-
ironischen
gelijk
zin,
ook Gustave Doré, de
dille
schitterendste Bijbel verluchter der 19e eeuw, een van
Het misbruik, soms het cynische misbruik van de oog doen sluiten voor haar ernstige roeping, en steeds heb ik het betreurd dat in ons land alle caricaturisten aan éen kant stonden, en dat ook onder onze Calvinisten nog altoos niet de man is opgestaan, die met toornende ironie het „costelijk mal" der moderne maatschappij wist te geeselen. Die eenzijdigheid hoe kon het anders heeft de
Frankrijks
beste
caricaturisten
gemaakt,
caricatuur
mag ons
is
geworden.
nooitj het
—
caricatuur ten onzent onder de niet ernstig
leiden,
om
handhaaft
de
caricatuur
daarin
juist
optreden
als
haar
zoodanig dat
eere,
brandmerkt,
te
ze
en
in discrediet gebracht.
Veel misbruik kon dan ook misbruik ook ging, toch mag het er nooit toe veroordeelen. Immers de echte, hoogstaande caricatuur
genoeg gegispt worden. Maar hoever
openlijk
zijn
mannen van Rechts
—
dit
dit
nimmer den persoon zóo
Zoo heb ook
doet,
dat
de
schendt,
geraakte
maar
alleen de fout in
er zelf in geniet, er
om
meer dan eens in de caricatuur genoten, en er uit geleerd. Natuurlijk overdrij'fi de caricatuur, maar juist door dit overdrijven ontdekt ze u soms iets in uw doen en laten, waar ge zelf minder op gelet hadt. En wie daar oog voor lacht
heeft,
en
trekt
staatslieden
partijbelang
mij
gewonnen
zich
ik
uit, en leert van zijn bespotters. Niet dat ik daarom dacht dat andere evenzoo een kant hadden, die hard de correctie der caricatuur behoefde maar deed hen sparen, waar men mij zonder verschooning aanviel, en juist dit schonk
voordeel
er
niet
zoo extra
Doch
geeft.
profijt.
Een streng-partijdige caricatuur, gelijk ze op mij aldoor gemunt werd, ook nog dit heel andere voordeel, dat ze u toont hoe men over u denkt, hoe en welk een voorstelling men zich maakt van uw middelen tot verweer. De
hierbij bleef het niet.
heeft voor den aangevallene
men uw
positie begrijpt,
caricatuur klapt uit den krijgsraad van
uw
tegenstanders. Dit gaf mij niet zelden het genot, te ontwaren in mijn doel of in mijn middelen vergisten. Daarnaar kon ik
hoe volkomen mijn belagers zich dan weer mijn verweer inrichten. Ik begreep er mijn tegenstanders door, ook waar zij bleken mij niet te begrijpen. En tactisch was mij dit niet zelden goud waard. Gegriefd heb ik mij door deze spotprenten dan ook nooit gevoeld. Eens wel, toen men in 1873 mijn pasgeboren kindeke, in verband met de Vaccine-quaestie, in spotbeeld bracht. Dat was laf. Maar voor het overige ben ik meest vrij fatsoenlijk behandeld, en hoe zou ik mij het laag geploeter van wat schendblad werd, hebben aangetrokken. In wat goede caricatuur was i had ik slechts schik.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 68 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 68 Pagina's