Practijk der godzaligheid - pagina 91
83
om
van Azië nu vorm van zwartedood, voor een korte poos, maar dan ook te
er ten einde toe in te vernielen,
en dan verwoestende invallen doen, of
pest,
of
cholera,
slechts
't
om
zij
uit het hart
in den
woeden. Daarbij komen dan de krankheden der dieren, die ons bezit vormden, waar onze zuivel van kwam en waar onze rijkdom in stak, 'tzij het verderf uitgaat onder schapen of rondwaart onder onze runderen. Voorts het verderf dat van de dieren zelf komt. Van het wilde roofdier nog altoos in Indië, waar de tijger alleen elk jaar nog duizenden menschenlevens verslindt. Maar ook van de kleine plaagdieren, 'tzij een veldmuis u de halmen bij den wortel afknaagt, of de sprinkhaan en rups de takken kaal vreten, of ook het insect u zelf gif onder de huid spuwt, en allerlei gewemel en ongedierte opkomt als in Egypte. Voeg daar nu bij dien weerstand der natuur als er een mensch geboren wordt, zich uitend in het dof gekreun der vrouw die baren moet ook niet minder die neerdrukkende vermoeiing van den arbeid, waaronder de millioenen bij millioenen gebukt gaan, om den mond en eindelijk die gewisse overmacht die de natuuropen te houden krachten eens in de ontbinding van ons lijk over elk menschenkind zullen verkrijgen; en dat alles saam nemend, ja dan voelt ge eenigszins toch, niet waar? den ontzet tenden omvang dier vernieling, waarmee die o, zoo prachtig geurende natuur ons, arme zondaren, overkomt.
gruwzamer
te
;
;
we weer met de menschen. en haat, en om beide moet ge lijden. Want wel strooit de liefde ook rozen op het pad en druppelt den balsem in de wonde, maar ze breidt toch ook uw^ lijden tot anderer ziel, anderer lijden tot uw ziel uit. Vraag maar eens aan een moeder, hoe juist de teederste liefde voor haar kind haar om dat kind kan doen lijden. Toch komt, dat spreekt vanzelf, de eigenlijke vernieling die van menschen naar ons uitgaat, uit den wortel van hun haat. Uit hun haat, d. w. z. niet dat die menschen nu om u komen staan en uit puren haat u nu eens aanvallen om u te trappen en te vernietigen. Och, zoo gaat het maar zelden toe. Neen, maar dit is het geval. Gij kunt, als mens(^hen, niet elk uw eigen weegje gaan. Allerlei omstandigheden, verwikkelingen en belangen brengen u met andere menschen in aanraking; en die aanraking nu doet telkens twee óf dat zij u achteruit zetten om er mogelijkheden geboren worden zelf bovenop te komen; óf dat gij hen er onder houdt om zelf de man te zijn, die den buit sleept. En dat nu is olie in het vuur van den haat. Daar brandt die haat telkens weer van op. En zoo ontstaat de nijd, de naijver, de hoogmoed, de ongehoorzaamheid, de achterdocht, de jaloerschheid, de kwade trouw, de leugen, kortom heel het heir van zielspestilentiën die ons arme menschenleven vergiftigen, en
Een tweeden
geheel anderen strijd hebben
Er werkt onder menschen
liefde
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's