Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 149

3 minuten leestijd

:

139

Was nu een belijder des Heeren op ;iarde niets dan „kind van God;" enkel „die heilige persoon;" alleen „dat hemelsche;" werkten hem geen andere drijfveeren dan de drijvingen die uit hem zelf komen, dan zou er derhalve ook geen zonde aan hem wezen, want hij kan ze eenvoudig niet doen. er in

Maar

dit is 7iiet zoo.

De oude

stam,

waarop

het

tamme

lot

geënt wierd,

is

er nog,

en

schiet telkens uit.

nog zoo sterk uit, dat de kleine uitbotting van nog geheel overschaduwd wordt door de wilde loten die opschieten van omlaag. Dat betert dan van lieverlee wel, als er aan dien wilden stam meer gesnoeid wordt en aan dat nieuwe lot meer levenssap toekomt, maar toch, het blijft een dooreenstrengeling van wild en tam tot den einde, en dan eerst kan aan die tweeslachtigheid voorgoed een einde komen, de hemelsche Landman het nu krachtig geworden lot als eindelijk geheel van den wilden stam afsnijdt, en bij het wegsterven van deze aarde overplant op een eigen wortel in den hemelschen grond. Aanvankelijk

het

nieuwe

En nu

zelfs

lot

dien toestand tweeërlei belijdenis, al naar gelang zich zelven spreekt, als voor zijn oude natuur nog aansprakelijk, dan wel als van die oude natuur in Jezus af. Spreekt hij als voor die oude natuur van vroeger en van nu nog lo. van het verledene aansprakelijk, dan heet het achtereenvolgens a. „Indien wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, zoo maken we Hem tot een leugenaar;" en b. „Indien we onze zonden belijden. Hij is getrouw dat Hij ons onze zonden vergeve." En 2o. van het heden: a. „Indien wij zeggen dat wij geen zonden hebben, zoo verleiden we ons zelven en de waarheid is in ons niet," en h. „Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Yader, Jezus Christus den Eechtvaardige." Spreekt hij daarentegen, als van die oude natuur door de wedergeboorte afgescheiden, dan geldt het getuigenis: a. „Uit dien goeden boom kan geen kwade vrucht voortkomen;" b. „Ik nu doe ditzelve niet meer, maar de zonde die in mij woont;" en c. „Die uit God geboren is, kat/ niet zondigen." De onbekeerde en de bekeerde beiden nemen in hun leven aan zich zelf zonden waar. Maar het verschil ligt hierin, dat de onbekeerde de zonde doet, zelf, willens en wetens doet. Terwijl de bekeerde de zonde ondergaat, als iets dat hij afbidt, dat hem een lijden veroorzaakt, waar hij zich voegt

het kind van

bij

God van

:

van

los wil voelen.

de kinderen der leugen is het een zondigen, waarbij men de zonde 7Hint, en bij de kinderen Gods een zondigen, waarbij men de zonde haat. Bij beiden weet de zonde nog te woelen en te werken. Maar, Bij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's