Het heil ons toekomende - pagina 155
145
om
wat
te
verwezenlijken heeft
God ons uitverkoren ?" Toch niet opdat
zouden zijn, maar opdat we in aller eeuwen eeuwigheid dat zouden zijn en doen wat Hij voor de eere zijns naams alzoo beschikt heeft. Door dit te zijn en te doen zullen wij tevens zalig zijn; ja, in te zijn en te doen, wat Gods eere met ons wil, zal het
we maar
zalig
onzer zaligheid schuilen; maar als gevolg, niet als doel dat En dit nu geldt voor het leven op aarde evenzeer. Het Koninkrijk is reeds op aarde. De eerste aanvangen van het rijk der heerlijkheid liggen nu reeds in de Gemeente, die nog de pelgrimswacht op aarde waarneemt. Ook voor dit leven moet dus gevraagd: Wat de Heere voor zichzelf, voor Zijn naam en eer, nu reeds op aarde met onze uitverkiezing wil. Hij brengt er ten leven eerst in de stervensure. Van die wilde Hij dus op aarde niets. Maar anderen roept en trekt Hij tien, twintig jaren vóór hun dood, sommigen reeds in hun vroegste jeugd. "Waarom dit? Immers niet wijl ze zonder nadere voorbereiding niet zalig konden worden. Dit zou de kreet der wanhoop voor de later bekeerden zijn. Maar wijl Hij, dezen heeft uitverkoren, om reeds vóór hun sterven, nog in deze bedeeling, in de Gemeente op aarde, iets ter eere van zijn naam door hen te werken. Nu kan men met den Catechismus dit saamvatten onder den term „vruchten der dankbaarheid," mits men slechts erkenne, dat die vruchten bij ieder naar zijn soort worden uitgedreven, en dat de verbijzondering der uitverkiezing ook daarin doorgaat, dat elk geroepene en verwekte ten leven zijn taak, zijn roeping heeft, iets dat de Heere voor zijns naams eere door hèm en niet door een ander wil gedaan hebben, een steenke dat Hij voor den bouw zijner Gemeente als vrucht van onze persoonlijke uitverkiezing profeteert en met goddelijke gewisheid, of wil men gelijk Paulus zegt, dat er wel leden der eere en der oneere in het ééne Lichaam zijn, maar nooit met de dooreenwarring van taak of bestemming Het oor, het oog, de voet, de hand, moeten al te zaam de vrucht hunner werking toonen, maar steeds met dien verstande, dat het oor is uitverkoren om te hooren, gelijk het oog om te zien en dat de voet tot wandelen, gelijk de hand tot handelen geroepen is. Grijpt men deze waarheid, dan is belijdenis der uitverkiezing slechts een andere term voor de hoogste levensactiviteit. Dan wordt het verklaarbaar, hoe de Gereformeerde kerk, die in deze belijdenis wortelt, de hoogst denkbare activiteit op het gebied van kerk en school, van staat en maatschappij, van huislijk en persoonlijk leven geoefend heeft. Dan is het geen raadsel meer, hoe juist de Gereformeerde natiën de zustervolken met zulke reuzenschreden zijn vooruitgekomen. Dan is er geen strijd meer, maar volkomen harmonie tusschen een en zeer scherpelijk tuchtigen van het belijden der preedestinatie onheilige in de praktijk des levens. „Waartoe uitverkoren?" is dan de vraag, die door geheel het leven ons nadreunt en juist daardoor
feit
zelf
vooropstaat.
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's