Heils termen - pagina 62
52 Herders. Zacharias ontvangt bij het bedienen van bet reukoffer in Jeruzalem's tempel een belofte door het woord des Heeren, dat hem uit de reeds bedaagde Elisabeth een zoon zal geboren worden, wiens naam voor eeuwig zal verbonden zijn aan de Heilsopenbaring Gods. Gelijke worsteling, als eens in Abraham's hart kampte, moest dus ook in de ziel van den grijzen Priester gestreden worden, toen bij hem, gelijk bij den „Vader aller geloovigen," de eisch des geloofs zich richtte op het geboren-worden van een kind, nadat de kracht der natuur voor die geboorte was weggestorven. En wat zien we nu? Immers, dat Zacharias schier met dezelfde woorden, als we in Genesis 15 van Abraham's lippen opvingen, tot den Engel zegt: „Waarbij zal ik dit weten?" En ook hem wordt bij het Woord een Teeken gevoegd de waarheid der belofte wordt hem verzegeld in zijn eigen zijn sprake wordt van hem genomen, en zijn plotselinge lichaam stomheid w^ordt hem ten Teeken gesteld van God. Soortgelijk verschijnsel zien wij bij de Herders in Ephrata's velden. Ook tot hen gaat door den Engel een woord des Heeren uit, een machtig woord, een woord van eeuwige diepte en onuitputtelijke „Ziet, heden is u geboren de Zaligmaker der wereld." Maar volheid ook hier blijft dat woord niet alleen. Als ware dat machtige woord op zich zelf te groot, te overstelpend rijk, om tot de ziel der Herders te kunnen doordringen, voegt de Heere ook hier bij zijn Woord aanstonds een Teeken. „En dit zal u het Teeken zijn: gij zult het kindeke vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe," zegt de Engel, en opstaande gingen de Herders naar Bethlehem, en het vinden van dat Teeken werd beslissend ook voor hun geloof. Niet anders vinden we het bij de ontmoeting tusschen Joannes de Dooper en Jezus aan de oevers der Jordaan. Joannes kende den Heere niet, maar toch was hem een openbaring geschied, dat hij zijn Koninklijken meester ontmoeten en de vervulling der profetie aanschouwen zou. Maar ook zijn geloof daarbij zou niet uitsluitend rusten op het W'oord, dat die Koninklijke meester tot hem spreken zou; ook hem zou een Teeken gegeven worden, vooraf hem reeds beloofd, en bij den Doop in de Jordaan hem geschonken. „Op wien gij den Heiligen Geest zult zien nederdalen," dus was tot hem gezegd, „die is het," en nauwlijks is de Heere in het rivierwater afgeklommen, of zie daar komt het Teeken, als de hemelen zich openen, en de Heilige Geest zichtbaar gelijk een duive op Jezus nederdaalt. En als Joannes later in een oogenblik van ongeloof zijn boden naar Jezus zendt, met de vraag der moedeloosheid: „Zijt gij het, die komen zou, of verwachten we een ander?" dan is het wederom een Teeken, waarop de Dooper gewezen wordt, om zijn geloof weer met kracht te doen doorbreken: „Gaat henen en zegt tot Joannes: Zie, de kreupelen wandelen, de blinden zien, de dooven hooren enz." Maar wat boven alles geldt, we weten hoe in de Schriften des ;
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's