De leer der Verbonden - pagina 78
68
op
den
wetsweg,
wandelt
en
er,
wat hem
zelf aangaat,
in het ge-
dichtsel zijns harten nog.
Dusver loopt dus lijkheid voor.
Maar
brieven
Paulinische
en duidelijk en doet zich geen moeiHeilige Schrift, met name de en letten op de Sinaïtische wetgeving,
alles klaar zie,
als
opslaan
we nu de
dan geraken we een oogenblik geheel in de war. Wat toch vinden we dan? Dit, dat Paulus, de apostel des Heeren, geheel zijn bestrijding (niet van de wet, maar) van den wetsweg tot één klein, nu als natie van alle zelfstandigheid beroofd volkje richt, tot de oude inwoners van het kustland, dat tusschen Tyrus en Egypte lag, en dat, vreemder nog, zelfs de geheele wet der Tien geboden uitsluitend aan dat kleine, toen nog zwervende volk gegeven is. Wel voelden we en zei dan ook een stellige inspraak in de ziel ons, dat die twee wegen ook nu nog het leven in alle mensch en dus ook ons leven beheerschen, maar als we nu de Schrift opslaan, om raad en uitslag te vinden, dan is het of ons die Schrift niet aangaat. Want, nietwaar? wij waren niet bij Sinaï toen God zijn wet van Horeb gaf. JVij stammen ook van die stammen Israëls niet af. En waar Paulus' geheele uiteenzetting der waarheid rust op de verbondsbetrekking, waarin dat Israël met Jehovah was getreden, daar heeft dat op ons hart geen vat of klem meer; want nog eens, niet wij zijn persoonlijk in een verbond met Jehovah getreden en noch Mozes noch de stamhoofden Israëls konden dit doen voor ons; in onze plaats; zoodat het ons bond. Wel kunnen we dan een uitweg zoeken en zeggen: „Ja, maar die aan Israël gegeven geboden zijn toch eigenlijk niets dan de uitspraak van het geweten, een geweten klopt ook ons in den boezem, en in zooverre kunnen we die Schriftwoorden dan toch ook eenigermate op ons zelven toepassen"; maar men gevoelt wel, bevredigen zal dit
—
nooit.
Want niet zijn,
zoo
het dien
als
weg
de apostel
al
uit moest,
hoeveel heerlijker zou het dan
die Joodsche inkleeding van een zoo een-
voudige zaak als het geweten eenvoudig opzij had gezet, en ons op den man af, in duidelijke woorden, zoo heerlijk als dat nu soms geschiedt door enkele predikers, die hun tijd begrijpen, had toegesproken
maar als menschen. hand liggende beschouwing heeft er dan ook metterdaad toe geleid, dat I''. nu reeds in tal van geloovige kringen de brieven van Paulus op den index zijn geplaatst, met uitzondering niet als quasi-Joden,
En
deze
voor
de
van de vermanend-practische stukken die meest zijn brieven besluiten j 2". dat men de onafwendbaarheid van de eischen der wet, eigenlijk niet meer op de Tien geboden, maar welbezien uitsluitend op het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's