Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 153

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 153

3 minuten leestijd

!

!

;

139 dan ook niet meer laten kan wat ze waren maar dat alles moet omgegoten in nieuwe vormen; en dat de omstandigheden nu eenmaal noodzaken om revisie te geven zelfs van het heiligste ;

En

verder zingt de verleidster: uit den aard der zaak wel breken moet met de oude usantiën, en dat die ja in den Bijbel wel heur grond hadden, maar dat men toch den Bijbel niet zoo letterlijk kan opvatten; en dat onze eeuw wel dwingt, om te breken met vroegere bekrompenheid, en ruimer en milder te worden en vooral frisscher. En bij dat frisscher bereikt de zang van de verleidster dan zijn hoogste bekoring. Want hoor maar, hoe met dat „frisscher" nu alles wordt omgetooverd, en men rondvertelt, dat „zich zoo op te sluiten en af te sluiten niet meer gaat!'' ; dat „die menschen, die Christus en zijn Woord verwerpen, toch zoo maar niet kunnen afgestooten;" dat „een beetje met de wereld meedoen eigenlijk zoo kwaad niet is; en dat ja de omstandigheden er eigenlijk zóó naar staan, dat het nog 't best, het edelst en het profijtelijkst is, net te doen alsof er geen onderscheid tusschen ons en de wereld ware, en dan toch in den stille, ongemerkt en in het verborgene achter den mantel een vroom Christen

Dat

al

men

te blijven

Nu heeft die mantel, gelijk we zeiden, óók zijn goeden kant. Hij had dat in Jerobeams dagen en hij heeft dat nog. Die mantel toch is namaaksel van de rokken van vellen, die de Heere God voor de verleiden in het Paradijs maakte. In het Paradijs voelde men zich beschaamd. Daarom hadden ze al vijgebladeren genomen. Maar God de Heere deed gevoelen, dat de bedekking der schaamte nog veel krasser en meer afdoende moest zijn, en gaf ze voor bladeren een rok van vel. Het omhangen van zulk een dikken mantel toont dus dat er nog schaamte gevoeld wordt dat men nog niet schaamteloos is geworden dat men nog weet er van heeft „Ik heb iets goed te maken en moest eigenlijk anders zijn!" Jerobeam voegde er bij: „Ik heb met den levenden God te doen!" en bovendien hij schaamde zich voor zijn volk. Zoo voelt men ook bij ons nog: „Ik heb met den Christus Gods te doen!" en bovendien men schaamt zich nog voor zijn mede;

:

Christenen. Daarbij komt, dat er zóó nog altijd een brug blijft, waarover men kan terugkeeren. Ook, dat over die brug de een of andere verdoolde wandelaar der wereld soms bij ons in kan keeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 153

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's