Honig uit den rotssteen - pagina 250
236 waarheid uit den dood in het leven zijn overgegaan en overgezet wierden uit het rijk der duisternis in het Koninkrijk des Zoons. Welnu, onder die bekeerden zijn er dezulken, die nog buiten den Borg staan en anderen, die den Borg reeds werden ingeplant. Dit levere geen misverstand op. Het staat natuurlijk zeker en vast, dat elk kind van God naar den raad der verkiezende genade, reeds vóór de grondlegging der wereld in den Zoon en Middelaar gezet is. En vast evenzeer, dat elk kind van God bij zijn verandering, d. i. in dien tijd, die voor hem de tijd des welbehagens was, door een daad Gods nu ook werkelijk in den wijnstok als een rank wordt ingevlochten. Maar, en dat is het éénige waar het ditmaal over gaat, gelijk de uitverkorene eeuwig in den Zoon gezet is, zonder dat hij er zelf iets van wist, zoo gaat ook die invlechting van de rank in den Wijnstok bijna altijd buiten zijn zielshewustzijn om. Dit maakt dan dat er nog een derde daad noodzakelijk is. Evenals in het natuurlijk leven. In het natuurlijk leven is er vooreerst de eeuwige daad Gods, waardoor Hij besloten heeft ons aan onze ouders te geven komt er ten tweede een oogenblik der geboorte, waarop de ouders nu dit hun bestemde kindeke ook werkelijk krijgen; maar moet ten laatste aan deze beide, om de zaak vol te maken, nu nog dit derde worden toegevoegd, dat dit voor hen bestemde en hun geschonken kind, nu, opgegroeid, het ook zelf beseffen en weten gaat, en alsnu zichzelf als kind van zijn ouders kent^ om uit zijn kinderhart het ouderhart bewust te kunnen toespreken. Evenzoo nu in het geestelijke. Ook daar is het eerst de eeuwige daad Gods, waardoor een uitverkorene aan den Zoon geschonken wordt. Ten tweede de daad in den tijd, waardoor God, de ziel bekeerend, ze alsnu aan den Verlosser toebrengt door trekking. (Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekke). Maar dan bovendien nog ten derde de innerlijke zielsdaad, waardoor de aldus aan Christus geschonken persoon nu ook weten gaat, dat hij van den Zoon is en eindelijk met heldere bewustheid zich zelven als in Christus ;
zijnde kent.
Het
van Gods bekeerde vromen onder Israël en de
verschil tusschen die beide zielstoestanden
kinderen,
is
als
het verschil tusschen de
vromen onder de bedeeling des Nieuwen Verbonds. De vaderen in den ouden dag waren volstrekt geen onbekeerde menschen.
„Abraham en
is
lager
Ze
zochten niet meer, doch hadden wel terdege gevonden.
heeft zeer begeerd mijnen dag te zien en heeft dien gezien
verheugd geweest." stellen dan ons
te
En
wel verre van de vromen onder Israël
zelven,
belijden
we
veeleer,
dat ook
hun
naar hun mate, in hunne uitnemendste geloofshelden de uitnemendste genade is geschied, om met volle teugen heil en heerlijke genieting iiit hun Messias in te drinken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's