Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 134

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 134

2 minuten leestijd

!

!

!

120

Bid voor hen, maar ook vaar

staat

let op uzelven, want aan het andere geevenzeer bloot. „Indien wc zeggen .... dat we ge-

zelf

gij

meenschap met Hem hebben!" Dat nu gelooft elk verloste.

Maar

wanneer te zeggen waarachtig zoo is, mag het ook niet Er zijn tijden, dat de tong wordt losgemaakt, en van wat God aan onze ziel gedaan heeft, stellige

het te zeggen, en hoe, en

Want

dit

staat

vast,

gezwegen worden. dat getuigen ook plicht

is.

Maar nu tusschen Er

blijft

dat

is

het

u

God de

ten 'zegen!

dat uw tong vastzit, en dat gij toch maar praten over het heilige; niet uw God, maar M2:eZ/' bedoelend. is het waar Johannes tegen opkomt met zijn Indien wij

Maar ook

En

dan

het

Dmi

hooren?

dan ook al het verschil. Heilige Geest zelf u de tong losmaakt. inhouden? Of als de Leeuw brult, wie zou niet die twee tijden ligt

dat

tijden

zijn

Wie zou

voort

als het

er zijn tijden,

:

zeggen

Dan

is

dat zeggen u ten vloek.

XLIII.

^at

tac

gcmcen^cijap Indien

met

we

met J|cm ijcööcn zeggen,

dat

we gemeenschap

Hem

hebben, en wij in de duisternis wandelen, zoo liegen wij, en doen de waarheid niet. 1 Joh. 1 6. :

„Gemeenschap met Hem?'" Met wien? Gemeenschap met den hoogen, den heiligen, den heerlijken God! o. Mijn ziel beseft, tast, peilt ge, wat wereld van zaligheden er in die ééne gedachte van gemeenschap met dat volheerlijk en volzalig

Wezen

besloten ligt?

Neen, gemeenschap met Hem, dat wil niet maar zeggen, dat ge aan uw God soms denkt. Noch ook dat ge u met de verbeelding nu en dan in den hemel verplaatst. En ook niet, dat ge voor Hem ijvert of aflaat van Hem te grieven. Och, dat blijft alles nog uitwendig; tijdelijk; gemaakt; een soort van gekunste}de gemeenschap, waar geen grond onder en geen waarheid achter

zit.

dan de Heere onze God niet de voleinding aller volmaaktheden, en zou gemeenschap met Hem dan ook iets anders zijn kunnen, dan een gemeenschap in volkomen saambinding; een gemeenschap.

Of

is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 134

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's