Het heil in ons - pagina 246
336 van een vrouw die hij de zijne noemen, van een levend, menschelijk wezen, waaraan hij zich wijden, waarvoor hij leven kan. huwelijksleven zet zich dezelfde ontwikkeling voort. sta, toch mengt zich ook in de huwelijksliefde nog iets zelfzuchtigs, versterkt door de zucht naar bezit van een eigen liuis, een eigen haard, een eigen tafel; de kinderlooze jaren van 't nieuwe leven zijn de beste niet; tot ook hier de cirkel volgetrokken en de liefde voor het persoonlijke weergevonden wordt in de vreugd van het moeder worden, door de saamverbinding van het vader- en moederhart in de liefde voor een ander levend menschelijk wezen, in de zorgende, zich toewijdende, dienende liefde voor hun kroost. Zoo protesteert het menschelijk leven zelf tegeu het zoeken van Utopia en maant en dringt het, dat ons streven en trachten een zoeken van den Persoon zal zijn, een beiden van den Messias. Ook in het diep verschil, dat tusschen reine en zondige liefde Zelfs
in
Hoe hoog
het
ze
ook
bestaat.
Er is ook bij den man een zoeken van de vrouw, bij de vrouw een zich laten zoeken door den man, dat verlaagt, onteert, verdierlijkt. Waarom? Omdat het een zoeken is van ontuchtige min, waarbij het niet om den persoon maar om zingenot te doen, waarbij de vrouwelijke persoonlijkheid tot een iets, tot een waar, die koopbaar en huurbaar is, tot een speeltuig wordt verlaagd. In den grond éénzelfde zonde met den gruwel der slavernij;
daarom zoo den 2^^^'soon
daarom zoo den mensch verlagend, wijl ze voor geld waardeert en neêrtrekt tot een voorwerp van
verfoeilijk,
bezit.
Uit den Booze zijn deze dingen, niet uit God. Men kent de sproke, die uit de heiden wereld in het middeneeuwsche Christendom binnensloop. Er lagen in vergeten, geheimzinnige plekken onnoemlijke schatten verborgen van zilver en goud, van parelen en juweelen. Wie ze ontdekken wilde, had zijn ziel slechts aan Sathan te geven. A^an den goudschat kent de Duiüel het geheim. En tegen die sproke van Sathan worstelde het Evangelie van Jezus. Wat het bood was geen schat van goud, maar een Persoon met een hart vol goddelijke liefde. Wie Hem bezitten won, had zijn ziel slechts Gode te wijden. Van den rijkdom der persoonJiJkheid kent alleen Christus het geheim. Nog eens dus als in de dagen van ouds. In de middeleeuwen zoekt wat uit de heidenwereld is den schat, wat den doop des Geestes ontving den Persoon. En in de oudheid zoeken de volkeren het goud van Seha., Israël zijn Messias; van meet af profeteert het, dat zijn Silo komt. Jacob is Israëls stamvader, en leunend op zijn staf getuigt de stervende patriarch „ Juda, gij zijt het!" in dat „gij" al de volheid van het persoonlijke saam:
vattend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's