Het heil ons toekomende - pagina 25
!
!!
Tot hem, tot dat niets, tot dat weggestovene van het stofke aan de weegschaal gaat net woord des Eeuwigen uit „Ziet, men zal zich tegen u stellen, tegen u vergaderen, maar wie zich tegen u vergaderen zal, zal om uwentwil vallen!" Hij, de brooze, zwakke, hulpelooze, zal om zijns Gods wil onverwinlijk zijn Tegen hem niets bestand Voor hem alles zwichtend Alles deinzend voor de geheimzinnige macht des geloofs Alzoo toch :
—
!
!
!
spreekt
woord der
het
belofte:
„Alle instrument, dat tegen u
bereid wordt, zal niet gelukken!" Zelfs zal die macht, die hooge macht, die allen tegenstand breekt en onfeilbaar ter overwinning leidt, werken door zijn eigen persoonlijkheid, met een werking, die reikt tot in het eeuwige leven: „Alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult gij ver-
doemen." De ziel, die in haar niet door den scheppenden adem des Geestes bezwangerd werd, hoort dat zij, de geoordeelde in zich zelve, van God Almachtig geroepen wordt, om de wereld en zelfs de engelen te oordeelen: „Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordeelen zullen? Weet gij niet, dat wij de engelen zullen oordeelen?" Ze ontvangt verzekering van in de handpalm des hoogen en heiligen Gods te zijn gegraveerd. Hem als het zwart van het oog te zijn voor zijn goddelijk hart. Ze hoort dat ze voorwerp was van Gods eeuwige liefde, nog eer ze ooit haar zonde had gepeild en ze nog ontvangen en geboren was. Het bloed des Zoons van God werd ook om haar vergoten. De zalving der heiligen werd haar toebetrouwd. Tot priester gewijd en met Christus als koning gekroond te zijn, i de erfenis der heiligen, geen onzekere toezegging, maar onwraakbare belofte. Van de volzaligheid in liefde, licht en leven heet het: „Dit is de erve van de knechten des Heeren en hun gerechtigheid !" is uit Mij, spreekt de Heere
Is dit u Oostersche beeldspraak? het overspannen gemoed?
Immers Het is
Hartstochtelijke
uitgieting
van
niet
woord uws Gods, de belofte van den trouwen Getuige Niet boven de werkelijkheid uitgaande, maar verre beneden blijvend Een worsteling der hemelsche heerlijkheid om een zwakke schaduw, van haar eeuwige glansen te teekenen in der menschen taal. En ge aanvaarddet die belofte. Er werd u gezegd: „De hemel is uwe, ook is uwe haar heerlijkheid," en uwe ziel fluisterde in heilige stilheid, schier verlegen over haar grenzenloozen moed „Amen, het
—
:
ja,
Amen!" Maar opent
zich
dan met dat
Amen
niet tegelijk de afgrond
van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's