Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 111

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 111

2 minuten leestijd

:

lOi integendeel geen andere volmaaktheid prediken noch toelaten, dan of die van het standpunt, waarop Christus ons plaatst, of die van het heil dat in Christus verborgen ligt, of die van den wasdom naar onze mate, óf eindelijk die van de deeïen, waarin ons wezen uiteenvalt. Van het nieuwe „levensstandpunt" spreekt Paulus b. v. Col. 1 38 „leerende in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mensch vol:

maakt

stellen in

Christus"

Van

het „plaatsbekleedend" heil dat „in Christus" geheel afgewerkt gereed ligt, schrijft hij b. v. aan dezelfde gemeente van Colosse volmaakt, die het hoofd is van alle gij zijt in 10): (3 :

Hem

En

overheid en macht".

Van den wasdom naar onze mate heet het „Maar der volmaakten is de vaste spijze."

b.

v.

in Hebr. 5

:

14:

En eindelijk van de volmaaktheid „der deelen" van ons geestelijk 17. „Opdat de mensoh Gods volmaakt wezen lezen we in 2 Tim. 3 zij ; tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust." Terwijl omgekeerd de volmaaktheid der trappen ten stelligste weersproken wordt, al ware het slechts in dit ééne ontnuchterend woord van den man die ons allen vooruit was „Niet dat ik het aireede gegrepen heb, of aireede volmaakt hen, maar ik jaag er naar, of ik :

'

:

het grijpen mocht."

VIII.

VOLMAAKT IN TRAPPEN OF IN DEELEN. een iegelijken mensch in alle opdat we zouden een iegelijken mensch volmaakt stellen in Christus.

Leerende

wijsheid,

Col.

1

:

28.

Indien ik na lang en doelloos dolen, na vruchteloos heen en weer zwerven, eindelijk dan toch het kruispunt van heirbaan en bergpad bereik, van waar men mij gezegd heeft, dat ik nu maar al door, recht voor mij uit, heb op te wandelen, om te komen waar ik wezen moet, dan roep ik bij het zien van dat kruispunt, blij en overgelukkig ook al weet ik uitnemend goed, uit: „Goddank 1 nu ben ik er" „dat ik er lang nog niet ben", en nog uren gaans voor mij heb.

Mijn uitroep: „Nu ben ik er!" beteekent dan niet, dat ik metterdaad den eindpaal van mijn tocht reeds met den arm omklem, maar dat ik nu dan toch den weg betrad, waarlangs het bereiken van dien eindpaal mij verzekerd

is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's