Het heil in ons - pagina 178
168 de zienswijze der Modernen, geen andere dan een natuurlijke Godskennis bestaat. Scherp daartegenover staat de belijdenis der Christelijke Gemeente. Ze vindt in het bovennatuurlijke haar levenselement is er zich van bewust, dat juist dit bovennatuurlijke de grens aanwijst, die haar van de niet-belijdende wereld scheidt; en trekt zich te eenzijdiger op dit bovennatuurlijk gebied terug, naarmate het feller bestookt en als niet bestaande gelasterd wordt. De Heilige Schrift, het Gemeente-organisme en de persoonlijke verlichting des Heiligen Geestes zijn voor haar besef niet slechts de hoogste, maar ook de eenige en uitsluitende gegevens, die tot kennisse van 's Heeren hoogheilig en volzalig Wezen leiden kunnen. Alleen met het water uit die bronnen geput pleegt ze haar kruik te vullen. De enkele druppelen, die op het terrein van het natuurlijk leven mochten neervallen, acht ze de moeite des opvangens nauwlijks waard. Ze ontkent wel niet, dat er ook een sprake Gods is in de natuur, dat zijn onnaspeurlijk beleid in den gang der geschiedenis schittert, maar de winste van Godskennis, op dit drievoudig veld geoogst, is in haar oog zulk een sobere arenlezing, dat ze er zelden naar omziet, laat staan de hand naar uitstrekt. Ondervraagd naar de bronnen, waaruit de kennisse van onzen God vloeit, zal ze wel nimmer vergeten, ook „natuur, geweten en geschiedenis" in haar optelling in te lasschen, maar deze vermelding van de bronnen der natuurlijke Godskennis geschiedt in navolging van wat men vroeger leerde, ter wille der volledigheid, niet wijl men zelf uit ;
die
bronnen heeft geput.
Op
loffelijke
uitzonderingen na, rekent het meerendeel der belijders
van den Christus, in zijn gebeden, in zijn gesprekkeuj in de uiteenzetting van zijn geloof en de aanprijzing van dat geloof aan anderen, met dit element der natuurlijke Godskennis schier nooit. Wat er aan overtuiging omtrent God en goddelijke dingen in het hart leeft, weet men uit den Bijbel, weet men door de inspraak des Heiligen Geestes, weet men uit den verborgen omgang met den Drieëenige na zijn bekeering. Voor een invloed van de natuurlijke Godskennis is in de schatting der meesten geen plaats.
De tegenstelling is derhalve zoo scherp getrokken als kon. Slechts natuurlijke Godskennis is het Shibboleth der Modernen, uitsluitend bovennatuurlijke kennisse van God het geloofsbesef der Gemeente van Christus.
Althans feitelijk, naar den stand van de ontwikkeling, waaraan we dit oogenblik toe zijn. Vroeger niet. Guido de Bres schreef in zijn Belijdenis, waaraan onze vaderen in 1564 en 1618 hun zegel hechtten:
op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's