Het heil ons toekomende - pagina 29
19
van het heilige ware te achten. De eisch, dat men van de ervaring der ziel liefst zoo weinig mogelijk reppe, de heiligheden van het hart voor elk onzichtbaar make, eu óf geheel van eeuwig leven zwijge, of althans door vage algemeenheid al het beklemmende aan zoo teeder woord ontneme, wordt door woord en daad de Schrift weersproken, niet beaamd.
Zwijgen over de heiligheden der ziel is geen teeken van schuchtermaar eer van gebrek aan ernst en diepte des levens. De schuchtere komt niet dan noode uit zijn verberging te voorschijn, maar hij komt. Zelfs het beweren, dat het genoeg zou zijn, om leven te toon en, en dat opzettelijk spreken van onze ervaringen, dat de onverbloemde poging om anderen tot ons leven te trekken, kortom, de bepaalde prediking van het Evangelie nooit op den weg des eenvoudigen van hart zou liggen, weerspreekt te stuitend en tastbaar het priesterschap der geloovigen, om van gebrek aan erbarming te worden vrijgepleit. Slechts zie men op de wijze, om zijn leven aan anderen te openheid,
baren, zeer Scherpelijk toe.
Kwam
zoover met u, dat ge over het teederst werk Gods aan spreken kondt, zonder anderen den indruk te geven, dat ziel dat eigen oogenblik lofzong in het binnenste voor Hem, die u trok, dan is niet slechts de invloed van uw woord gebroken, maar hield uw zielsgeheim ook op waarheid voor u zelf te zijn. Het heilige wordt ontwijd, niet door het te openbaren, maar door het van zijn heiligheid ontdaan en dus niet in zijn werkelijke gestalte aan anderen te toonen. Het mag op den weg van uw hart naar de lippen het stofgoud van de vleugelen niet verliezen. Uw lippen moeten met de kool van het altaar aangeroerd en ontzondigd, eer ze waardig zullen zijn het
uw uw
het
ziele
in u tot voertuig te strekken. De poort van uw hart mag openstaan, zoodat elk er in gluurt, maar moet elk maal dat ge het heilige openbaren wilt, opzettelijk, met bewustheid, liefst met den sleutel des gebeds, worden geopend. Vooral, het worde na zijn openbaring, naar het hart teruggebracht. Men late het niet op de lippen vernachten, om het straks, als woonde het tusschen uw lippen, te pas of te onpas voor elk oor uit te roepen. Men zij niet haastig met het spreken van dit heilige des innerlijken levens. Het verlate de lippen niet, eer men weet, dat het door het oor des anderen kan worden ontvangen, om niet daar te blijven liggen, maar om door te boren tot zijn ziel. Er mag van het heilige niets verloren gaan. Uit erbarmin-g geboren, mag het aan de ordinantie der barmhartigheid niet onttrokken worden. Wat men om niet ontving meê te deelen, is dus plicht, onafwijsbare roeping. ^laar nooit doe de drang der barmhartigheid aan den eerbied voor het heilige te kort. Barmhartigheid is nog hooger dan een heilige
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's