Het heil in ons - pagina 140
:
130
De
vader roept wel uit: „Ik geloof, Heere!" maar hij voegt er bij mijne ongeloovigheid te hulp," en daarop wordt de genezing van den maanzieke volbracht, nüt door den vader, die geloofde, maar door Jezus, die hem het geloof had afgevorderd. d| Versterkt wordt dit nog door vergelijking met hetgeen Mattheüs verhaalt. Daar komen we namelijk te weten, dat Jezus, na het volbrengen der genezing, ook met zijn discipelen over de geloofsmacht gesproken heeft. De vader had namelijk, gelijk men weet, eerst den discipelen gevraagd om zijn kind te helpen. En eerst toen gebleken was, dat de discipelen het niet aankonden, het wel beproefd hadden, maar het op moesten geven, eerst toen had hij zijn toevlucht tot Jezus zelf genomen. Dit gaf aanleiding dat de discipelen, van achteren zich beschaamd en teleurgesteld voelend, nu aan Jezus vroegen „Heere, zeg ons toch, waarom hebben we dit wonder niet zelf kunnen doen?" Waarbij natuurlijk déze gedachtengang is te denken, alsof ze zeiden: „Heere, Gij hadt ons toch in onderscheiding van allen de macht medegedeeld om te genezen en de kracht verleend om duivelen uitte werpen, en zoo dikwijls reeds beleefden we dan ook de heilige vreugd, om door middel dier ons verleende macht ellendigen te redden! Och, Heere, waarom schoot dan nu onze kracht te kort? Want zie, ook nu beproefden we het, maar we moesten het opgeven. De macht der krankheid was ons te sterk?" En op die klacht nu gaf Jezus hun, niet dien vader ten antwoord „Indien ge een geloof hadt als een mostaardzaadje, ge zoudt tot dezen berg zeggen: Word opgenomen en in de zee geworpen, en het zou alzoo geschieden"; een betuiging die derhalve in de beteekenis van wondermacht volstrekt niet op elk Christen mag worden toegepast, maar uitsluitend geldt van die bijzonderlijk begenadigde getuigen, aan wie Jezus expresselijk en voor onbepaalden tijd en voor een aanwijsbaar doel deze extraordinaire goddelijke gave had geschonken. Zoo blijkt dus dat de Enthousiasten zich door hun beroep op dit woord van Jezus in drieërlei opzicht schromelijk vergissen. Vooreerst dat ze dit „alles kunnen" op dezen persoon toepassen, terwijl het blijkens den samenhang, niet op dien vader, maar op Jezus zelf slaat, die ten behoeve van dien vader alles kan, indien hij maar kon gelooven. Ten andere, dat, ook al liet men de woorden: „alle dingen zijn mogelijk", niet op Jezus, maar op dien man slaan, er in elk geval hier schijn noch sprake is van een strijd tegen de zonde of een worstelen tegen de verleiding van het vleesch, maar uitsluitend van genezing. Niet dus van de macht om niet te zondigen, maar van de macht om wonderen te doen. Een kunnen alzoo niet op ethisch, maar op physisch gebied. En ten derde, dat, aangenomen eens, dat ook dit niet zoo ware, en het „alle dingen" geacht kon worden ook de bestrijding der zonde in
„Kom
«
j
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's