De leer der Verbonden - pagina 62
52 ge dat; zondigt ge dus wel; dan is de poort voor Satan hiermee opengezet; dan komt hij binnen; en brengt met zich, niet het leven (hetwelk hij derft), maar den dood, die zijns is; en dan zal hij dien dood ook als een macht over u brengen; over heel uw wezen; als een macht, waar ge terstond door wordt aangetast, en vroeg of laat geheel onder bezwijkt. En overmits dit nu zoo moet, (niet wijl Satan dit zoo verkiest, maar wijl God 't eeuwig verkoos) dat Satan den adem des doods met zich zou brengen, daarom, om dat bestel en die verordening Gods, daarom zal die dood u dan tevens een smartelijke
straf
zijn.
En
evenzoo bij de sluiting van het Genadeverhond in al zijn vormen, vinden we geheel hetzelfde. Dit kan uiteraard hier nog slechts zeer kortelij k worden aangeduid.
Breeder uiteenzetting volgt
later.
nu reeds uitgesproken, dat óók in Gen. in de dusgenaamde paradij shoioÜQ, het samengaan van God volk tegenover Satan hoofdinhoud des Verbonds is. Als ik en, zijn een verbond met u maak tegen mijn vijand, dan ligt het op mijn weg, u de sterkst mogelijke vijandschap tegen dezen mijnen vijand in te boezemen. Dienovereenkomstig verklaart God de Heere dan ook,, Maar zooveel
3
:
dient
toch
15,
den mensch een sterke vijandschap tegen dien Satan in het geven: „Ik zal vijandschap zetten tusschen u en tusschen deze vrouw !" Die vijandschap was er niet. A^an nature is de zondaar bondgenoot van Satan en vijand Gods, en dat nu juist keert God de Heere in de wedergeboorte om, en maakt van u een vijand voor Satan en een bondgenoot voor zich. En nadat aldus deze strijd op= leven en dood van God en mensch tegen Satan geproclameerd is, volgt alsnu de profetie van de heerlijke triomf, die men in dien strijd behalen zal: hem zal de kop worden vermorzeld. we voor een ontzettende Bij het Noachietisch Verbond staan catastrophe, waarin de Dood zich geopenbaard had met een overmacht, als vroeger nooit en nooit daarna. Alle levende ziel kwam om. Alleen Noach redde zijn achtster. Wat dus bij Adams personeelen dood voor hem persoonlijk in vervulling gegaan was, dat openbaarde zich bij den Zondvloed eerst als een macht, waaronder heel de menschheid bezweek. De geestelijke dood had heel het menschdom innerlijk reeds in het paradijs aangestoken en al het gedichtsel zijns harten verdorven. Krachtens het paradijsgebod: „Indien ge daarvan eet, zult ge den dood sterven!" moest dan ook naar Gods rechtvaardig oordeel, toen heel de menschheid gegeten had, ook die menschheid als geslacht, als eenheid, onder de wateren van dood en vloek omkomen. De Zondvloed staat met den paradijs vloek alzoo in rechtstreeksch verband. En als nu na den Zondvloed God de Heere een Yerbond sluit, waarbij de mensch onder het gebod komt, om af te laten van wat juist de schriklijke verwildering voor den water vloed veroorzaakt hadj. dat
hart
Hij
zal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's