Het heil ons toekomende - pagina 156
146 vormt, helden verwekt en uit de macht der persoonlijkheid het cement der gemeente mengt. Slechts dit houde men onveranderlijk vast, dat er van uitverkiezing geen sprake is, tenzij het een uitverkiezing voor de eere van Gods
karakters
naam in aller Immers
eeuwen eeuwigheid
zonder grofste dwaling.
die
bijvoeging
zou
zij.
de
deur
openstaan
voor
de
Ook Napoleon de groote had een besef dat hij als een bijzondere onder de menschenkinderen door God verwekt was, om de natiën van Europa voor den Pranschen adelaar te doen bukken. En wie Jesaia's Godspraak beide over Nebucadnezar en Cyrus kent, zal geen oogenblik aarzelen ook in Napoleons zending egn onmiddellijk uitvloeisel van de leiding des Heeren met Europa's volkeren en de Gemeente van Christus op hun erve te zien. Toch heeft zulk een zending, dit behoeft nauwelijks aangestipt, slechts een derde van vergelijking met de zending der kinderen Gods, krachtens de uitverkiezing, gemeen. Wat een Cyrus, een Nebucadnezar, een Napoleon als instrumenten Gods te volbrengen hebben, gaat buiten hun persnon om en is in een sjjamie tijds voleind. Ze dienen het Koninkrijk maar staan zelf er buiten. Hun optreden is gegrond in de beschikking der Voorzienigheid, niet in de uitverkiezing van het persoonlijk lief dele ven des Drieëenigen Gods. Of wil men, niet zij zijn uitverkoren, slechts de vrucht van hun werk. Geheel anders daarentegen bij hen, die de Vader aan den Zoon Bij hen gaat de lijn der uitverkiezing onmiddellijk naar de geeft. diepste kern hunner persoonlijkheid. Zij zijn tot de wacht des Heeren, eeuwig in zijn tempel geroepen. Hun arbeid voor het Koninkrijk is slechts uitvloeisel van hun gezet zijn in het Koninkrijk. Ook de vrucht van hun werk is uitverkoren, maar als vrucht, uitgebot aan hun persooni Afgesneden is hiermee derhalve elk pogen, om het stuk der uitverkiezing in een wortelloos plichtsbesef, in een door eigen wil gespannen veerkracht, of in een op zelfvertrouwen rustende vastheid over te leiden. Immers de uitverkiezing strekt juist, om onder dit dat in zichzelf onnut en dood is, de fundamenten van eeuwige te brengen. Voor eigen gekozen plicht, de naar Gods eeuwig bestel onafwijsbare en onontwijkbare roeping. Voor eigen veerkracht de macht der het al omvattende Goddelijke Voorzienigheid, of wil men, de zekerheid van gebedsverhooring. En evenzoo voor het zondig zelfvertrouwen, de zekerheid, die rugwaarts in onze roeping en voor ons uit in de vaste sJ3oren van de voetstappen des Almachtigen ligt. Wij verdwijnen. God Dreëenig staat voor ons en achter ons, zijn doen wordt de Alpha en de Omega in de sprake der gansche schepping en van ons eigen leven, en daarin juist ligt onze kracht,
menschelijke,
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's