Het heil in ons - pagina 210
200 verder verloop der geschiedenis, hoewel zwak, nog steeds aanwijsbaar. In Abrams familie kent men den Heere des hemels en der aarde, Teraphim-dienst is wel reeds ingeslopen, maar toch de God, die het/ hoogst vereerd wordt, is onze God, de God die zich aan Abram open-
/
baart.
Melchizedek woont in Kanaan en is niettemin „priester des Allerhoogsten," die Abraham met een goddelijken zegen zegent en in den Hebreër-brief als dienaar van den waren God en afschaduwing van den Christus, op het voetspoor van den 11 Oden Psalm, geprezen wordt. Eebekka en Bethuël, Laban, Lea en Rachel weten wien Eleazer, wien Izaak, wien Jakob bedoelt, als hun gesproken wordt van den almachtigen God.
Achimelech en Pichol, zijn krijgsoverste, zijn evenmin als Pharao van Egypte vreemd aan de belijdenis van den levenden God. Jona vindt in Ninivé, Daniël aan Nebucadnezars hof sporen van een Godskennis, waaraan hun getuigenis van den Heere des hemels en der aarde zich aansluit. r De wijzen uit het Oosten brengen naar den stal van Bethlehem hun belijdenis van een zwakken draad, die den godsdienst der Magiërs nog aan Israëls verwachting vastknoopt. Paulus vindt te Athene het altaar voor den Onbekenden God en spreekt het uit, dat ook de heidenen van Gods geslachte zijn. „Hij was in de wereld," schrijft Johannes, „maar de wereld heeft hem niet gekend!" Vooral op het overschoone boek van Job dient gelet. Kenners der Schrift weten, dat in het boek Job nergens van de bijzondere Openbaring, die Israël ontving, sprake is. Van tabernakel noch tempel, van outer- noch priesterdienst weet het. Job zelf bedient het altaar der verzoening voor zijn vrienden, bij de tente die hij opsloeg. Van Jehovah wordt schier niet gesproken. Liefde voor Kanaan komt niet uit. Kortom, de omgeving, waarin het boek Job u verplaatst, is niet een Israëlietische, maar een algemeen menschelijke. Job leeft dan ook in het land Uz. Zijn naburen zijn de Chaldeeën. Dat hij buiten verband met Israël stond, wordt opzettelijk vermeld.
In Hauran
staat nog het Jobsklooster, dat zijn woonstede zegt te vereeuwigen. Dichter bij den Eufraat dan bij de Jordaan is in elk geval Jobs vaderland te zoeken. De toon, die uit de Jobeïde spreekt, de zegswijze die ze bezigt, de uitdrukking, die ze aan het geloof geeft, de kennisse Gods, die ze onderstelt, zijn dan ook geheel verscheiden van wat de overige schriften des Bijbels ons bieden. Het naast nog aan Job komen de Spreuken en de Prediker. Houdt men dit in het oog, dan treft het den lezer dezer schriften, dat ze schier op elke bladzijde terugwijzen naar de oudste eeuw van het menschelijk leven, dat door hun woorden nog de nagalm ruischt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's