Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 250

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 250

2 minuten leestijd

:

!

!

240

„Kom, Heere,

verschijn,

o

Messias,

verberg

uw

aangezicht niet, o

Redder der menschheid !" met klimmende ontroering opgestegen Zonder verhoord te worden? Zóó, dat geslacht na geslacht wegstierf na al de dagen zijns levens vruchteloos gehoopt, gebeden, geschreid te hebben voor Gods troon ? Bleef het tot Bethlehem het eentonig stil en grauwe vaal van den nacht, de mensch alleen met zijn smart, de ziel geperst tot stervens toe door het alleen dragen van den last des lijdens en de angstige benauwdheid der vertwijfeling? Kwam er op de vraag: „Wachter! wat is er van den nacht?" dan nooit een andere tegenroep, dan het sombere geklag: „De morgen is nog niet gekomen, en het is nog nacht T' Bleef dan al die jaren, al die eeuwen, de menschheid, Israël vooral, onder den vloed zijner benauwdheden bedolven, begraven in zijn smart?

Hij, die in gerechtigheid spreekt en machtig is om te antwoordt u „In al hun benauwdheden was Ik benauwd en de Engel mijns aangezichts heeft hen behouden!'^ Zoo zijn ze dan niet alleen gelaten in het fel geschokt, driftig jagend, zichzelf niet meer bevredigend hart. Toen de wereld ze begaf en de idealen verbleekten en bij menschen geen trouw of vriendschap meer sprak en ze terugkrompen in het overstelpt gemoed, toen is Messias priesterlijk in hun angsten ingegaan, heeft zich in hun benauwdheden zelf laten beklemmen, en toen de lippen nog het Maranatha stamelden, was het moedeloos eenzaam reeds in de diepte der ziel gebroken. Een Trooster was tot hen ingekeerd, een reiziger om te vernachten Dan week het angstgevoel; men was verlost; de benauwdheid liet af; en weer ruimer, dieper, stiller werd de ademtocht. Straks verving de psalm des lofs het geroep uit de benardheid der ziel en dan zong men in Israël zoo hartverheffend, zoo schoon „Banden des doods hadden mij omvangen, banden der hel omringden mij maar als mij bang was, riep ik tot den Heere en Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis, en Hij nam mij en trok mij op uit groote wateren!" Of ook: „Uit de benauwdheid riep ik tot den Heere, en Hij heeft mij verhoord, stellende mij in de ruimte. De Heere is bij mij, ik zal niet vreezen, wat zal mij een mensch doen?" Een lied, dat nog de benauwden ook onzes volks verkwikt, als het daarbinnen ook bij ons gefluisterd wordt en met dat fluisteren een wereld van hope voor ons opengaat:

Hoor

toe.

verlossen,

:

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 250

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's