Het heil in ons - pagina 57
47 ons,
hoe
voor korten
tijd
het afgrijslijk bericht uit Enojelands hoofdop groote schaal door
overkwam, van een kindermoord, die, ontmenschte vrouwspersonen georganiseerd, stad
zich onder dienzelfden van geijsd, maar heeft men ook bedacht, hoe de onnadenkende toon, waarop })ij het kindergraf steeds gesproken werd, zulk een misdaad in de hand werkte? Wie is zoo vreemdeling in de donkere gangen van het vrouwenhart, om de zelfmisleiding niet te gissen, die, door vrees voor schande tot het uiterste gedreven, in de stille gedachte: „Dan is het arme wicht toch zalig!" middel vond ter verkrachting van een consciëntie, die bij het moederhart pleiten moest voor het leven van haar eigen kind! Onze vaderen drukten zich voorzichtiger uit. In de artikelen, die ze op de Dordtsche Synode tegen de Eemonstranten stelden, verklaarden ze, dat geloovige ouders, steunende op de verbondsgenade, over het eeuwig lot van hun vroeg gestorven kinderen niet beangst moesten zijn. Ze gaven dus de mogelijkheid, de waarschijnlijkheid zelfs van de zaligheid dezer kinderkens toe, doch zonder tot een stellig en beslissend
naam annkondigde.
Men
heeft
er
oordeel recht te geven.
Ook zóó echter is deze belijdenis voor het leerstuk der wedergeboorte van het uiterste gewicht. Immers, zoodra men erkent, en wie zou dit niet erkennen, dat, om het zoo voorzichtig mogelijk uit te drukken, onder de vroeg stervende kinderkens ook kinderen Gods zijn, die de eeuwige heerlijkheid beërven zullen, is het hiermee uitgemaakt, dat de daad der wedergeboorte van Godswege ook reeds in de eerste levensjaren of maanden volbracht wordt.
men
dit, dan zou van tweeën één volgen: of dat de vroeg sterven, niet in zonde ontvangen en geboren zijn, en uit dien hoofde geen wedergeboorte van noode hadden óf dat de weg der zaligheid niet voor allen, die uit vrouwen geboren maar dat er een andere weg der behoudenis is voor zijn, dezelfde is, kinderen, een andere voor volwassenen, en dat alleen de laatste ons is geopenbaard. Het eerste kunnen noch mogen we toegeven. Wat „uit vleesch geboren is" dat is vleesch, zegt de Heere, en stelt hiermee een regel, die geen uitzondering toelaat en op elk uit menschen geborene zonder onderscheid van toepassing is. „De dood is tot alle me7ischpn doorgegaan," herhaalt de Apostel, zonder met een enkele lettergreep voor de jong stervende kinderen een uitzondering te maken. „Zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods." „Wie zal een reine geven uit den onreine?" Reeds de geboorte zelve was naar des Heeren wet in Israël Levitisch onrein. Een evenmin is de tweede uitvlucht denkbaar. De onderstelling, alsof er voor vroeg gestorven kinderen een andere
Ontkende
kinderkens,
die
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's