Heils termen - pagina 287
277 zich hooren toevoegen: „Gij
zijt
niet verre van het Koninkrijk
Gods
!'
Wil men nog ten overvloede een ander woord van Jezus ter staving van deze opvatting, men sla dan hoofdst. 18 20 van ditzelfde Evangelie op. In het Grieksch staat daar letterlijk hetzelfde als in het Doopsbevel. En wat lozen we daar? „Waar twee oidvie in mijnen naam te zamen zijn, daar ben Ik in hun ntidden.'' Wat is nu samenzijn in Jezus' naam? Is dit: Hem belijden? Stellig niet. Belijden is tegenover derden. Is dit: op zijn hevel? Even stellig neen. Het meest vrije samenkomen in Jezus' naam is bedoeld. Dan wellicht: om van Hem te .spreken? Ook dit niet. Men kan in Jezus' naam samenzijn, ook al vloeit geen woord van onze lippen. Neen, in Jezus' naam sadmgevoerd zijn, *) gelijk er letterlijk staat, beteekent „Waar twee of drie, elk van uit zijn eigen levenssfeer, overgebracht worden in mijnen naam, zoodat ze nu ook in mijnen naam zijn, daar ben Ik in hun midden." Men behoeft overigens Paulus' brieven slechts op te slaan, om deze altijd wederkeerende beteekenis van het zijn :
—
:
:
in Christus als
om
bevestigd te zien. tweede beteekenis niet
strijd
Toch sluit dit de uit. Men wordt in die nieuwe levenssfeer overgebracht, maar door de geestelijke trekking, die in Woord en Geest van die levenssfeer uitgaat en ten leste onweerstaanbaar blijkt. Zeer zeker ligt in Jezus' woord dus ook het denkbeeld ingesloten, dat de machtsvolheid tot deze daad van den Drieëenige uitgaat en men gedoopt wordt op last, op autoriteit en gezag van „Vader, Zoon en Geest." Het Hebreeuwsche taaieigen -), dat zijn aderen ook door het Grieksch des Nieuwen Testaments heeft gevlochten, laat deze opvatting alleszins toe. Eindelijk dient ook op de derde beteekenis gelet:
Eenmaal op dat nieuwe levensterrein overgezet, is men tot belijdenis van „A^ader, Zoon en Geest" geroepen. Niet alsof dit in de bewoordigen zelve lag uitgedrukt. Dit ontkennen we ten stelligste. Maar staat het eenmaal vast, dat de kennisse Gods nooit tot den zondaar komt, zonder den eisch met zich te brengen, dat hij den aldus gekenden God eeren, aanbidden en belijden zal, dan is het onmogelijk in die sfeer van Godskennis te worden overgezet, zonder dat de gehoudenheid tot die belijdenis van zelf gegeven is. We weten wat men tegen deze xiitlegging inbrengen zal en ingebracht heeft. Men zal vragen: „Wat is dan nu in Matth. 28 19
—
:
^)
(TVViJ'yf/.SVOi
sl^
TO
QVOfJLCt.
Do Hebreeuwsche vertaling waro rip."! nm [Dm DKH Z2r2 DHIK lb3C« üit.Qi;'^ nu kan beide bcteekenen: lo. dompelen, doopen in den naam, en 2o. bekleed met de autoriteit van Vader, Zoon en Geest. Zie van de eerste een/ '-)
:
voorbeeld in Gen. 37 „ew zij doopten den rok in het bloed" (r-)Ti), en van het andere in Sam. 17 45 „ik kom tot u in den naam van den Heere der Jieirscharen'" (lDU'^)- "Wyi de woorden door Jezus niet in het Grieksch, maar in het Arameesch gesproken zijn, dient hierop gelet. :
:
'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's