Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nadere verklaring - pagina 20

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nadere verklaring - pagina 20

2 minuten leestijd

18 sche Zaken, het voorstel

rang

is

uitgegaan,

Daarmede

vervalt

geheel

het

de orde

denkbeeld

ware gehandeld, om iemand, die het orde toe

Ook

om

hoogeren

in

verleenen.

te

te

alsof

hier

in

niet verdiende, een

stilte

ridder-

kennen.

schijnt de grief dat het voorstel niet

van Binnenlandsche Zaken had moeten uitgaan, ongegrond. Ik merk evenwel daarbij op, dat dan een van de redenen van verdediging, die indertijd in De Standaard door dr. Kuyper ter eigen verdediging werden aangevoerd, vervalt.

Nu

na die decoratie, geld gegeven aan den Minister. men vragen: post of propter. Aangenomen, dat de gedecoreerde niet uit beginsel behoorde tot de anti-revolutionis,

Hier moet

naire

zoo

partij,

in die jaren tal

mag

toch niet worden vergeten, dat er vooral

van personen waren, die hoewel peisoonlijk geenszins

Christusbelijders, toch gevoelden, dat ons volk moest

regeerd naar Christelijke beginselen

;

vooral ook

omdat

worden gein

de laatste

jaren in de liberale partijen weinig regeerkracht scheen te schuilen.

werd vooral in 1903 gevoeld. Het geven van geld aan de overwinnende hand voor partijdoeleinden is dus volkomen verklaarbaar. Later werd wederom door tusschenkomst van mejuffrouw Westmeijer een belangrijke som gegeven. Dr. Kuyper heeft toen uitdrukkelijk geschreven, dat dit niets met de decoratie te maken had. Dat was wel noodig, zegt de heer Schaper. Het wordt dan ook aangevoerd als bewijs, dat dr. Kuyper zich eigenlijk schuldig gevoelde. Qui s'excuse, s'accuse. Ik houd mij echter op dit punt geheel aan de verdediging van dr. Kuyper, omdat deze mij Dit

natuurlijker toeschijnt dan het omgekeerde.

De

brief toch zou, in de onderstelling van

verdenken, hebben moeten dienen

om

hen die

een bewijsstuk

dr.

Kuyper

in het

leven

roepen, om vast te stellen, dat hij dit geld niet met het oog op de decoratie ontving, maar dan had de schrijver het bewijsstuk, waaruit dit moest blijken, niet in handen moeten laten juist van de persoon die hem naderhand het meeste kwaad zou kunnen doen, door die handeling te vertellen. Juffrouw Westte

meijer

zou

toch,

indien

er

iets

verkeerds was verricht, en

dit

wilde bekend maken door de briefwisseling over te leggen, juist dit briefje hebben moeten achterhouden, waaruit moest blijken,

Kuyper volstrekt niet bedoeld had dit geld aan te nemen verband met de ridderorde. Omgekeerd had dr. Kuyper, wanneer hij voor zich een bewijs had willen fabriceeren, van mejuffrouw Westmeijer een briefje moeten ontvangen, waarin deze schreef, dat het geld niets te maken had met de decoratie. Dit dat dr,

in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's

Nadere verklaring - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's