Honig uit den rotssteen - pagina 66
!
!
52 mijn
"Vader
die
in
de
hemelen
is,
zij
zijn
mijn wezenlijke familie,
die zijn mijn moeder, mijne broeders, mijne zusters!"
Denk ook aan mij, is mijns niet
dit woord: !" waardig
„Wie vader
of
moeder
liefheeft
boven
mijn lezer, zijt gij ook reeds in die heilige familie geboren? indien ja, in wat verhouding staat die heilige familieband bij u tot uw familieband naar het vleesch? Gij,
En
XIX. ï|et ïiart
toor ^taarig^Eiti bcrncbcrti!
Waarom vernederd
Hij
hun
heeft.
het hart door zwarigheid Ps. 107 12. :
Gaat het eens menschen macht niet te boven, om een hart, dat hooger opdringt, naar beneden te drukken en ten onder te houden? En toch, is dat ten onder houden van het hooge hart niet al worstelen ? Hij weet dat het hart laag en klein en stil 's Christens want hij leeft van genade, en die genade komt niet dan moet zijn Meer nog, hij leerde bij ervaring dat de tot den nederiije van hart. oogenblikken dat zijn hart hoog stond, hem voor alle booze stukken toegankelijk lieten. Ja, hij voelt en ervaart het, dat dat zwellen van binnen pijn aan zijn hooger leven doet en hem den heiligen vrede van zijn God rooft. Maar och, wat baat die wetenschap, die overtuiging, die ervaring? Dat hart wil hem niet gehoorzamen. Dat hooge hart hlijft aldoor naar boven gaan, hoe hij het ook beveelt en smeekt, om toch de lage dingen weer te zoeken. Hij heeft er geen macht ;
over.
Eer heeft dat hart macht over hem
Een uiterst Want weet
pijnlijke toestand
„hoog opgaan" van het hart schuilt niet altijd in de zucht, om groot naar de wereld of hoog in eere te zijn, maar zoekt het evengoed in de onheilige zucht, om zich aan niets te storen, om voor niemand uit den weg te gaan, om zelf zijn eigen pad te maken, om dusdoende ten slotte tot de zondigste hoogheid van alle te komen, en zijn wil door te zetten tegenover zijn God\
En
zeg
wel, dat
nu
niet:
„Dat
zij
verre
van mij!"
„Zoo
iets
kwam
bij
mij nooit op!"
Want, och, wat is, welbezien en goed gepeild, elke overtreding van eenig gebod Gods anders dan een verheffing van ons hart boven den levenden God? Dat Hij sprak: „Het zal alzoo zijn!" en dat wij „Neen, maar zij het aldus!"; en dat er tegen ingingen, zeggende:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's