Het heil ons toekomende - pagina 193
183
kan alleen de Schrift over deze verborgenheid beslissen, de verkiezing der enkele personen, niet minder vast staat dan van den Christus en de Gemeente in haar geheel. Slechts ten overvloede zij nog aan het opmerkelijk feit herinnerd, dat in den ontwikkelingsgang der Openbaring de eerste aanwijzingen der uitverkiezing met Abraham beginnen, dus met een mkel persoon, en dat eerst, nadat hij krachtens de verkiezing stamvader van Israël en vader der geloovigen geworden is, de lichtstralen zich vermeerderen, die het Gode behaagd heeft, op dit goddelijk geheimnis te doen
vallen.
Met dit stellig getuigenis der Schrift stemt de eisch van het weezen Gods overeen. Gade zijn al zijne iverhen van eeuwigheid bekend," Synode (Hand. 15 18), en drukt daarmee een eigenschap des Heeren uit, die voor elk vroom gemoed, onmiddellijk met den naam des Heeren zelven gegeven is. Een God,
zegt Jacobus op de Jeruzalemsche
:
onzekerheid over zijne schepping verkeerde, zou voor ons bewustzijn ophouden God te zijn. De heilige rust, die bij de aanbidding des AUerhoogsten in de ziel daalt,zou voor immer wijken, zoo ons geloof aan dat vaste, zekere en onwankelbare in de kennisse en voorkennisse Gods ontviel. Doch ook bepaaldelijk het denkbeeld van „uitverkiezing" zou met het prijsgeven van dit persoonlijke verkiezen der enkelen tot een ondie
in
diepst
houdbaar woordenspel worden verlaagd. „Kiezen" onderstelt schiften. Zoo men, gesteld dat er twaalf peerlen voor ons liggen, geheel het twaalftal neemt, is er van keuze geen sprake, heeft er geen keuze plaats. Een keuze onderstelt juist, dat idet alle genomen worden, maar dat het ééne wel, het andere niet gekozen worde. Gaat het nu niet aan, die eenvoudige grondbeteekenis van het woord kiezen weg te denken, zoo dikwijls in de Schrift van verkiezing of „uitverkiezing" gesproken wordt, dan wordt men reeds hierdoor tot onderscheiding, óók tusschen de personen gedrongen. Even weinig baat de uitvlucht van enkele nieuwere onder de Duitsche godgeleerden, die onder uitverkiezing de verkiezing tot een bijzonderen, hoogeren trap van zaligheid verstaan, waarbij de gewone zaligheid dan aller deel zou blijven. Hiermee immers wordt geheel de Openbaring der Schrift weersproken, die ondubbelzinnig en in woorden voor geen tweeërlei uitlegging vatbaar, steeds en onveranderlijk, juist van uitverkiezing tot zaligheid, in een zin spreekt, M'aardoor elk denkbeeld van een zaligheid, die niet in de uitverkiezing steunen zou, is buitengesloten. Uitverkiezing onderstelt dat God kiest, niet de mensch. Er is in onze kerken verkiezing van den prediker, dien men hooren wil, maar wie zal dat ooit in den zin verstaan alsof de prediker zijn hoorders en niet de hoorders den prediker kozen. Toch waant men dat deze in het oog springende begripsverwarring tegenover den Heere onzen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's