Practijk der godzaligheid - pagina 205
:
197 in zijn woorden uitgegoten, als het van zijn worstelen van Christus en zijn opstanding heet: „Niet dat ik kennisse om de verkregen heb, maar ik jaag er naar of ik het ook aireede prijs den vergetende wat achter mij is, en strekkende mij en mocht, grijpen naar hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, om den prijs der roeping Gods in Christus Jezus." Of als hij elders schrijft: „Yooris is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, die de Heere, de rechtvaardige Kechter, mij in dien dag geven zal, en niet alleen mij, maar allen, die zijn verschijning hebben liefgehad." Of ook aan de Corinthen „Weet gijlieden niet, dat die in de renbaan loopen, wel allen loopen, maar dat slechts één den prijs ontvangt? En een iegelijk, die om den prijs strijdt, onthoudt zich van alles. En dezen doen dit alzoo, opdat ze een verderfelijke kroon mogen ontvangen; maar wij een onverderfelijke; want ik loop niet als op het onzekere; ik kamp niet als in de lucht slaande, maar ik bedwing mijn lichaam en maak dat
door
Paulus
het mij dienen
kan!"
zoo was er dan in de Olympische spelen, waarop de Apostelen telkens doelen, een wedloo]), voor wie het snelst en vlugst een renbaan, voor wie met de uitte voet het perk kon afloopen; gelezen paarden en den prachtigen driewieler het snelst en vlugst de baan kon afvliegen maar ook een worstelperk, waarin de helden van herculische kracht, man tegen man en borst tegen borst, kampten om elkaar op den bodem te werpen of aan de rukken van den aan-
Welnu,
;
valler te
Op vijfde
ontkomen.
nu heeft Paulus het oog, als hij in het den brief aan de Komeinen ons de wording der
zulk een „worstelperk" kapittel
lijdzaamheid Omdat de
als
van
voorteekent.
Olympische spelen tornooien der eere waren, mocht niemand bij die hooge spelen in het strijdperk treden, dan na vooraf een tweeledig onderzoek te hebben ondergaan: het eerste naar zijn stand in de maatschappij en zijn zedelijk gedrag, het andere naar den welstand zijns lichaams. Voor het eerste onderzoek placht een uitroeper de straten te doorloopen van de woonplaats, waar de worstelaar, die zich aanbood, gevestigd was, om alle man uit te dagen, dat wie tegen hem iets had in te brengen, spreken en niet zwijgen zou voor Griekenlands eer. En van wien het dan bleek, dat hij of door schuldeischers achtervolgd, óf van misdaad aangeklaagd, óf in slavernij levende was, diens naam werd als schandnaam voor het volk uitgeroepen en hij, ondanks zijn smeeken, uit het worstelperk geweerd. Bleek daarentegen, dat zijn schuld aangezuiverd, alle aanklacht tegen hem vernietigd, en zijn stand die van een vrije was, dan werd hij door den uitroeper eershal ve uit zijn woonstede uitgeleid en ontving hij de toeleiding tot de kampplaats. Daarbij de verlosten van Jezus vergelijkend, roemt nu Paulus in het bedoelde hoofdstuk, dat wij Christenen, bij ons aanzoek om in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's