De leer der Verbonden - pagina 131
121 anderen staan blijven. Eén en lotgemeen viel die ééne aller aanvang, aller grondtype, aller geestelijk hoofd en zedelijke koning was. En of gij, o mensch, u nu al inbeeldt, dat het zedelijk leven wel stuk voor stuk gaat, alsof ieder slechts zijn eigen rekening zou hebben, wat zou dit veranderen aan mijti bestel? Schiep Ik, uw God, dan ook het zedelijk leven niet, en stond aan Mij dan niet het onwraakbaar en onbetwistbaar recht, om de ordinantiën voor dat zedelijk leven alzoó te stellen en alzóó ineen te zetten, als dat mijn Majesteit eischte, uit mijn goddelijk Wezen voortvloeide en door mijn ondoorgrondelijke wijsheid was bepaald? Zonder verbond is er geen zedelijk leven; en mijn verbond omsluit Wie zijt gij dan, o mensch, dat ge mensch zijnde, aan allen saam des menschen schuld u onttrekken woudt? Ik, uw God, reken ze u één
uitvallen
met één het
en
alles,
de
omdat
!
toe!" Erfschuld dus. Niet als schuld die volgde uit en kleefde aan de erfzonde. Maar een schuld, die zelve geërfd is; die wij in Adams
trouwbreuk zelf
het
leven
aangingen; en op hebben gezet van het
zelf
zegel
wier aanhoorigheid aan ons we op waken van ons zedelijk
eerste
af.
Een toegerekende
schuld, en daartegenover de anders even onverklaarbare toerekening van Christus' gerechtigheid; en dientengevolge ook in den weg der zaligheid niet onze goede werken, maar die toegerekende gerechtigheid, de wezenlijke en eenige kracht, die het doet en er ons brengt.
Wie
dan
zal
nog zeggen,
dat
deze Verbonds-quaestie slechts een
bijzaak geldt?
Een
voor u ja, die de basis van ons Christelijk geloof en weer terug zinkt in de ellendige diepten van werkheiligheid, waaruit Luther door Gods genade zoo heerlijk opkwam, toen hij de rechtvaardigheid weer greep door het geloof. Maar geen bijzaak, neen waarlijk, voor een iegelijk belijder des Heeren, die den moed heeft om het uit te spreken: „Met die toegerekende gerechtigheid Christi ben ik er nu reeds, om zoo den hemel in te gaan; al werd mij de tijd afgesneden om ooit eenig goed werk meer te doen maar omgekeerd, zonder die toegerekende gerechtigheid, dan ga ik voor eeuwig de hel in, ook al leefde ik nog honderd jaren en al sloofde ik al die honderd jaren mij in weldadigheid en zelfopbijzaak
verlaat
;
;
offering af."
En nu weten we
wel, dat dat geloof aan de toegerekende gerechons geslacht uit is; uit voor verreweg het grooter deel ook bij de zich noemende orthodoxen; ja, zoo er uit, dat zelfs de teederste kinderen Gods eigenlijk aan de volle, heerlijke, zalige vertroosting van dat diepe mysterie ontzonken zijn; maar wel verre er vandaan, dat dit oorzaak zou zijn, om er van te zwijgen, moet dit ons veeleer aanzetten en uitdrijven, om er dapperlij k op aan te
tigheid er
bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's