Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 158

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 158

3 minuten leestijd

1

148

En

men nu

slaat

Efeze 5

:

1

op,

dan vindt men ook daar immers'

dezelfde gedachte.

„Legt

aangaande de vorige wandeling, den ouden mensch, alle met alle boosheid, maar zijt barmhartig, vergevende elkander. dan navolgers Gods als geliefde kinderen, en wandelt in de af

bitterheid Ja,

zijt

gelijkerwijs Christus ook ons heeft liefgehad en heeft zichzelven voor ons gegeven." Hier dus, zoomin als in Mattheüs 5 48, sprake van eenigen graad in de volbrenging, maar alleen aanduiding van de geaardheid, de natuur en het volmaakte karakter dezer hoogere, dezer uit God

liefde,

:

alleen ons

En geheel

valt uit

toekomende liefde, om zelfs te minnen wat ons haat. hiermee ook dit woord van Jezus aan onze Perfectisten de hand, even weinig steekhoudend is wat ze drijven van

de geboden ter volmaking. Ze bedoelen met dit argument dit: „God de Heere, zoo zeggen ze, gebiedt ons dat we ons stiptelijk van zonde zullen onthouden. Met eens, maar telkens en allerwegen, heel de Schrift door, klinkt ons dit „zondigt niet" tegen. Hoe laat het zich nu denken, dat de Heere ons geboden zou hebben niet te zondigen, indien Hij vooruit wist, dat in volstrekten zin niet te zondigen, ons ondoenlijk en onmogelijk was?" Dit èn van Roomsche èn van Perfectistische èn van Eemonstrantsche zij ons telkens voorgeworpen bezwaar, ligt met een enkele wedervraag, onherroepelijk geslagen. Immers vraagt den Perfectist eens, of God de Heere dit gestrenge en volstrekte „zondigt niet" alleen den verstge vorderden Christen, of wel aan al zijn kinderen, ja, zelfs aan alle onbekeerden en onwedergeborenen toeroept? En natuurlijk, hoe schoorvoetend en schuifelend, moeten ze dan wel antwoorden: „Neen, maar God stelt dienzelfden eisch aan alle Christenen en aan alle niet- Christenen, kortom, aan iedereen!" Welnu, zoo luidt dan ons wederwoord, indien God de Heere dan dit verbod om te zondigen, naar uw zeggen, zeer wel aan goddeloozen geven kan, die geen stuk der wet aankunnen, en geven kan aan pasbeginnende Christenen, die, naar ge zelf toegeeft, nog tot die hooge wat ter wereld ligt er dan ongerijmds in, dat macht niet kwamen, God de Heilige die geboden ook aan zijn meest begenadigde kinderen, al den dag en al den nacht, blijft voorhouden, ook al doorziet zijn oog uitnemend wel, dat het niet al den dag en al den nacht tot een volbrengen zal komen? Ge weet uitnemend wel, dat God zijn recht stelt niet naar uw verbroken en geknakte, maar naar uw gave en verheerlijkte natuur. Ge weet uitnemend goed, dat, omdat de mensch in zonde viel, Gods heilig recht en hoog gebod niet mee mag neêrgetrokken in het slijk der zonde. En indien ge deze beide houdt, houdt zooals de Schrift, ja, wat zeggen we, zooals de aanbiddinge u die leert houden, wat wonders

j

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 158

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's