Het heil ons toekomende - pagina 236
326 doorleefden we slechts nog eens wat reeds eenmaal ons leven was. Dan is dat wel zelfbedrog, want het leven der Verzoening en der Opstandingskracht is van nature in niet een enkel kind geboren, maar dan schuilt in dat besef toch de onloochenbare waarheid, dat de ware levensvormen, de vormen waarin ons kinderleven zich uitte, de uitingen van gelooven, lieven, hopen, die wij in onze waanwijsheid hadden weggeworpen, nu met het goddelijk merk gestempeld, ons
als
'
ten instrument zijn geworden: dat wij weer wierden als het kindeke, en daarom in Gods Koninkrijk konden ingaan. Is dit waar, dan is het ook niet langer onzeker welke gedragslijn we bij de opvoeding onzer kinderen in huis en school hebben te volgen. Van het niet wedergeboren kind spreken we. Er zijn, dit toont de Schrift, dit eischt de ervaring, dit beleed onze Kerk steeds, ook kinderen die reeds van hun moeders schoot onder de bewerking des Heiligen Geestes stonden, of in de wieg of te midden van hun kinderlijke spelen, voorwerpen werden van een herscheppende genade-
weer
Hierop
werking Gods. troosteloos vroeo-rijpe
staan
te
zielsuiting
heeft
men nauwkeurig
te
letten,
om
niet
het aandoenlijk kindergraf, om de schijnbaar niet te verstikken, vooral ook om niet door
bij
een verkeerden eisch van wedergeboorte bij den reeds wedergeborene, stoornis te brengen en verschrikking in den goddelijken vrede van het reeds verzoende hart. Toch spreekt het vanzelf, dat deze uitzonderingen den regel der opvoeding niet bepalen kunnen. Althans onder de kinderen, die niet
hun eerste levensjaren, is het verschijnsel, dat we aannormaal. Zoo om onze huistafel, als op onze scholen, Zondagsscholen en catechisatiƫn hebben we in den regel met kinderen te doen, die het hooge zintuig nog missen, 'dat eerst door de wedergeboorte in onze ziel tot werking komt. En zoo opgevat, is bij onze kinderen een dubbele feil zeer ernstig
weo-sterven in stipten,
niet
te mijden.
onze kleine kinderen bezes of zeven jaren oud, dat sterven gaat, op kinderlijke wijs van zonde en genade, verzoenino- en verlossing spreekt, wraken we niet. Immers, het feit is niet te loochenen, dat ook bij het kind in de ure des doods de ontvankelijkheid voor de heiligheden Gods zeer verscherpt en verhoogd Maar wat we bestrijden is de ziekelijke zucht, om onze kleinen is. reeds in hun eerste levensjaren een ernst op het hart te werpen, waarvoor ze nog niet vatbaar zijn. Wat we bestrijden is de neiging om het jonge kind reeds te overvallen met een reeks begrippen en bedreifin^en, waarvan het nog niets in zich op kan nemen. Wat we afkeuren is dat ongeluk der kleingeloovige opvoeders, die den tijd van i.;.aien en maaien zelfs bij bet kind niet weten te onderscheiden. Eenerzij ds
keeren
de
willen.
feil van Dat men
hen,
zelfs
die
reeds
met een kind van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's