Honig uit den rotssteen - pagina 171
;
157 hoofd
te
nemen,
en
hem weer
als
vrij
man
naar zijn discipelen
te
laten terug-gaan?
Onmogelijk. Zóó tot zijn discipelen terugkomende, zou Jezus hun niets hebben kunnen brengen en noch hun hart noch het onze zou ooit iets van den rijkdom onzes Heeren Jezus gevoeld hebben. Toch gebeurde nog geen drie dagen later schijnbaar precies hetzelfde. Toen kwam Jezus werkelijk weer terug tot zijn discipelen; de doornenkroon was hem van het hoofd genomen; zijn naaktheid was weder met een kleed van vriendenhand bedekt; de ladders hadden tegen het kruis gestaan; hij was er afgenomen. Bijna hetzelfde dus, .... met dit verschil, dat nu de dood er tusschen lag. Jezus was dood geweest.
En
dat hij nu toch kwam, zie, dat was een komen uit den dood triomfeeren over den dood; een schitteren in al de souvereine majesteit van een koninklijk, goddelijk, onuitdelgbaar leven. Zooals Jezus nu kwam, kwam hij met den dood als een getemde hond aan een keten achter zich. Die dood, die eerst zoo gebruld had en zelfs Jezus in zijn doodsangst had doen brullen, diezelfde monsterachtige dood, liep nu als een lam achter Jezus. Zelfs aanbassen dorst hij Jezus niet meer. Hij voelde zich als een machtelooze en eerlooze ontmand, getrapt, geknakt en voor altoos overwonnen. Vandaar die onuitsprekelijke en onbeschrijfbare vreugde van Jezus' arme kerk, zoo dikwijls ze weer aan Paschen toekomt. In den grond der zaak zijn we allen zoo doodsbenauwd voor o, dien dood. Eigenlijk voor niets dan voor dien dood. Die gelooven en die niet gelooven saam. Het eerste is, altijd maar zien of de dood ook nabij is. Zoo niet, dan leven we er op toe. Indien wel, o, dan kruipt zelfs de goddelooste in elkaar, o, Die dood Die dood in al zijn vormen. Met al zijn ontzettende beslistheid. Met wat er bijkomt en er achter ligt. Het maakt de ziel zoo bang. Maar nu op Paschen, als Jezus dan weer heerlijk voorbij ons trekt met dien getemden dood aan een keten achter zich, o, dan leeft alles weer op. Alles, d. w. z. een ieder die het ziet.
een
!
Want hier nu schuilt het mysterie. Een goddelooze ziet den dood niet eer hij hem bij de en smoort. Een goddelooze ziet Jezus niet, eer hij hem eens
keel grijpt als rechter
in de buitenste duisternis. En daarom een goddelooze Paaschwonder, ziet „dien getemden dood aan de keten" niet, Jezus hem van de ketting weer loslaat tegen hem, om hem te uitstoot
ziet het
eer
verscheuren. Die dat wel zien, zijn alleen de geloovigen. Niet omdat deze in zichzelf een haar beter zijn. Och, vaak zijn we nog goddeloozer dan de goddeloozen. Neen, maar Jezus heeft iets voor en in en aan hen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's