De leer der Verbonden - pagina 174
164 kolossale gevaarte is daar niet vanzelf aan den wal komen want de machine is er uitgenomen, de schroef aan het roer is verwijderd, het kan dus niet voort. Toen is een andere stoomboot gekomen, die heeft dat logge gevaarte, waar geen beweging in zat, op sleeptouw genomen, en zoo is het komen te liggen, waar het nu weer roerloos, geheel lijdelijk en bewe-
Dat
liggen,
gingloos ligt vastgesjord. Zij het ons nu geoorloofd bij dat van stoomvermogen beroofde schip den zondaar in zijn verloren staat te vergelijken. Twee manieren zijn er natuurlijk om in dat oorlogsgevaarte weer
gang
te
Of,
wat
brengen.
men nu
zooals
het
was
en
het
gedaan, door het schip te laten voor sleeptouw te laten nemen door een andere
heeft
op
boot.
Of door de machine te herstellen, water in den ketel en vuur in den haard te brengen, en het aldus weer door inwonende stoomkracht in beweging te doen geraken. Nu wil de richting die we hier bestreden, de richting van den mensch „als een stok en een blok" te laten, het eerste. Ze zegt, en daar heeft ze volkomen gelijk in, zooals een menschenkind in zonde ontvangen en geboren wordt, is hij metterdaad zulk een stoomschip waarin de machine geheel ontredderd is, waar geen stoom gelijk, meer in zit, en waar zooals het nu is zelfs met den besten wil geen stoom meer op de cylinder kan worden gebracht. En daarom, zoo zeggen ze, komt dan nu de genade, neemt die logge ziel op sleeptouw, en sleurt ze, in weerwil van haar zelve, met geweld de wateren door, door de branding, de haven der ruste binnen. Juist dus zooals het bij die oorlogsboot met de sleepboot ging. Geen ander verband dan de lijn, de tros, die het schip zonder stoom met het schip waar wel stoom in zit, verbindt. Of wilt ge het geestelijk, geen andere verwerking, dan een uitwendig geloofsverband, die de ziel zonder beweging (d. i. den geloovige) met den persoon waarin wel levenskracht woont (d. i. den Christus) verbindt. Maar omdat we deze richting nu beslist en onbewimpeld bestrijden, geven we daarom gelijk aan hen, die een deel der werking uit Gods hand uitnemen, om ze alsnu in de hand van den mensch te leggen? In geenen deele. Die dat zeggen, houden we zelfs voor nog veel gevaarlijker dwaalleeraars dan de eersten. Neen, van eenige deeling van arbeid tusschen God en mensch kan noch zal ooit in heel het werk der genade sprake zijn. God doet in dit uitnemend genadewerk zonder onderscheid, zonder beding, zonder beperking. Er is alles, niets in dit gansche stuk, waarvan Hij niet de eenige en volstrekte Werker
De
is.
zaak
is
wrak brengt,
alleen maar deze, dat God geen sleepboot voor het maar in het wrak de machine herstelt, en is die her-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's