Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 222

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 222

3 minuten leestijd

!

S12 boeien brak. Maar vergeet niet, dat slechts een zeer klein deel van de bevolking dezer wereld tot die heerschappij opklom. Ook niet, dat ze daar eerst opkwam, waar het licht van het Evangelie der verzoening had geschenen. Vooral niet, dat deze heerschappij door slavendienst en eeuwenlange inspanning verworven is en elk koninklijk karakter van onmiddellijke beheersching en stille majesteit mist. Mriar het sterkst komt deze versmading, dit derven der heerlijkheid, toch weer uit in de krankheid, het afsterven en ten groeve dalen van het lichaam. Keeds een lichte ongesteldheid, al is het slechts zwakheid in het hoofd of pijn in het aangezicht, breekt onze kracht, rooft onze kalmte, maakt ons tot frissche geestesuiting onbekwaam. Erger krankheid ontbloot ons al spoedig van elk frisch gevoel, werpt ons op het ziekbed, sluit ons af van onzen werkkring en doet ons hulpeloos en verlaten nederliggen. En klimt die krankheid, dat ze de erger vormen aanneemt van pestaardige ziekten, wie weet dan niet hoe ze geheel den mensch mismaakt en misvormt en hem tot een walging maakt voor het eigen besef? Denk aan den waanzinnige, en vraag u af, wat er smadelijker kan zijn, dan de belaching, waartoe de van zinnen beroofde mensch in elks oog wordt. Maar denk ook aan den loggen, loomen luiaard, den vadsigen vraat, den ruwen dronkaard, en oordeel, of er geen smaad voor uw menschelijke natuirr traagheid des vleesches, in dien geesteloozen, ligt in die gebonden verstompten vleeschklomp, in dien van zich zelf niet meer wetenden en in eigen schande lachenden ellendeling. Toch zijn ze menschen, en menschen zijn het evenzeer, die om den misvormde van gestalte, om den waanzinnige, om den dronkaard nog lachen kunnen in luidruchtige scherts Eeken bij dit alles den dood zelven en het graf. Het sterven is iets onbegrijpelijk smadelijks. De gewaande koning der schepping, die eindelijk overwonnen wordt door de vernielende kracht der natuur, die spot met zijn stuiptrekkingen en het levenslicht in het oog uitbluscUt, de lippen verstijven doet en het lijkwit als een doodswa uitspreidt over zijn leden! Een lijk is een hoon voor onze menschelijke natuur, elk lijk een smaad voor ons menschelijk geslacht. En dan komt het graf nog, die afgrijslijke groeve der vertering, die tot stof vermaalt wat uit stof genomen was en het laatste van 's menschen grootheid sloopt. Dat komt er van, dat de mensch vleesch was geworden. Wijl hij vleesch werd, hebben we zijn versmading gezien en zien we die nog. Ja, het oog van den kenner dringt nog dieper door. Er openbaart zich in die macht van het vleesch iets, dat ge uit de menschelijke natuur, zelfs na haar val, niet verklaart, iets duivelsch. „Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerte uws vaders doen, die was een menschenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven, want geen waarheid is in hem !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 222

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's