Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 133

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 133

2 minuten leestijd

123 tegenwoordigheid des Heiligen Geestes in de snijding der conscientie minder scherp en krachtig ervaren heeft, en omgekeerd, er is voor hem geen terugkeer tot een blijder en voller leven, dan juist door nieuwe diepten van schuldbesef heen. Intusschen, spreekt men van „heiliging" in den straks bestreden zin, dan ware dit verschijnsel ondenkbaar, daa zou veeleer het schuldbesef bij den vrome met eiken dag moeten afnemen en ten leste zou hij in een staat van heiligheid ingaan, waarbij de bede „Vergeef ons onze schulden" uit het allervolmaakst gebed verdween. Daarom moet dus bij het denkbeeld van „heiligen" steeds volle nadruk gelegd worden op de grondbeteekenis, waarop we onze lezers van den aanvang af wezen: wegneming van het kwade uit zijn vermenging met het goede. Dit juist geschiedt door het oordeel des H. Geestes in onze conscientie, d. i. door steeds dieper schuldbesef. Dit is het wat de Heer zijn volgelingen toeriep Wie achter Mij wil komen, verloochene zichzelf. Hierin alleen ligt de oplossing van het raadsel, hoe voortgaande heiliging tot steeds dieper verootmoediging leidt en meerder genade doet deelachtig worden, wijl de nederigheid des harten zich steeds naar lager henenbuigt. Eindelijk, zóó alleen blijven we den weg onzer vaderen bewandelen, die het wezen der heiliging daarom als eene vrucht des kruises voorstelden: wijl door Zijn kracht onze oude mensch met ge:

:

Hem

kruist,

gedood wordt en begraven.

VIII.

HEILIGING EN SCHULDBESEF IN HAAR GELIJKTIJDIGE TOENEMING. Zoo dan, indien iemand in Christus is, die een nieuw schepsel: het oude is voorbij gegaan, ziet het is alles nieuw geworden, en is

al

deze dingen zijn uit God. 2 Cor. 5

:

17, 18a.

Het laatste bewijs, waarmee we de veelzins gangbare opvatting van „heiligen" bestreden, moest klemmen, wijl het een beroep gold op de zielservaring van alle kinderen Gods. Neemt, zoo beweerden we, bij wasdom in Christus het heilig deel onzes wezens in maat en omvang toe, dan volgt hieruit, dat het schuldbesef allengs de scherpte van zijn prikkel moet verliezen, tot die ten leste volkomen zij verstompt. Getuigt nu de geestelijke ervaring hiertegen en spreekt de zielsgeschiedenis der verlosten uit alle eeuwen ons van een schuld-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's