Het heil in ons - pagina 171
161
Het
niet
te
verhelen, dat indien de kennisse van de historie van
het Perfectisme, en de dogmatische uiteenzetting van het Perfectisme, en de historische bestrijding van het Perfectisme, ons toen even ver-
trouwd ware geweest als nu, hoogstwaarschijnlijk ons oordeel van meet af anders zou zijn uitgevallen. Ja, het niet te verhelen, wat hiermee zonder bedeksel of omwinding, voor God en menschen met diepe smart wordt uitgesproken, dat er in de opvatting dezer gansche opwekking onzerzijds ten deele gedwaald en in dat dwalen gezondigd is! Niet alsof een „geestelijke opwekking" niet een heerlijk en gewenscht goed ware, waarheen de gebeden der gemeente zich behooren uit te strekken en waarnaar ieder die God liefheeft, dorst. Maar wel in dien zin, dat zulk een verwakkering, gaat ze werkelijk alleen van den Heiligen Geest uit, steeds haar uitgangspunt kiest bij Gods stille vromen, ongezocht in haar uitingen is, en het menschelijk vertoonzieke en uitwendig drukke en gekunstelde in haar organisatiën mijdt. Ook niet alsof we iets terugnamen van ons oordeel, dat de standaard van heiligen zin onder de Christenen onzer eeuw veel te diep gezonken is, en dat de afscheiding van de wereld en het inkeeren naar de heiligheden en het houden van tucht en orde en het afstaan van ongerechtigheid niet eertijds beter was en ook nu beter moet worden. Maar in dien zin, dat deze verhooging van het Christelijk levensniveau niet kan komen dan juist door den omgekeerden weg, van vreeze voor Gods majesteit, een vallen voor zijn Wet, en alzoo door verootmoediging, door schuldbelijden, door boete en bekeering.
Ook
niet eindelijk, alsof
we
niet
nu evenzeer
als
vroeger vasthielden
aan de overtuiging, dat een stille afzondering met wie dorsten naar even heilig goed, om in vasten en gebeden het aangezicht onzes Gods krachtiglijk de ziele tot breking van het eigen ik kan te zoeken, bewegen, en feitelijk ook destijds door w^erkingen van den Heiligen Geest velen diep vernederd, voor God verbrijzeld en herboren heeft. Maar wel in dien zin, dat ook deze afzondering geen zich vergasten op geestelijke delicatessen mag bieden, waarop alles wat lichtgevleugeld onder de vromen is, toeschiet, maar in huislijken en vriendenkring uit den nood geboren, eerst van lieverlee naar buiten kan treden, en dan 'te blijven heeft in het gemeentelijk spoor. Deze vermenging van het ware en onware maakte dat in Engeland groepen van de teederste en godvreezendste onder de godzaligen meê ten geestelijk festijn optogen. Maakte dat er metterdaad heerlijke en zalige oogenblikken van zielsverrukking genoten zijn. En maakte ook dat zich, gelijk in alle landen, zoo ook ten onzent, een dorst in veler hart deed gevoelen, om dit heerlijke te bestendigen Er lag dan ook iets betooverends in zoo machtige gebeurtenis, heerlijk naar het scheen contrasteerend met de materiëele en ongoddelijke drijvingen onzer eeuw. I
III
11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's