Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 70

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 70

3 minuten leestijd

60 vragen spreekt het zich verhardend ongeloof. Het komt uit den Booze, en spreekt met Satan: „Indien Gij de Zone Gods zijt, zeg dat deze steenen brooden worden." Het ATaagt een Teeken, maar in de stille hoop, dat het uitblijven er van het eigen ongeloof zal rechtvaardigen. Het is daarom in den diepsten zin zondig, wijl het Teeken den ongeloovige slechts ten oordeel strekt, en zijn roepen om Teekenen dus een roekeloos uitdagen is van den toorn Gods. Het is die verfoeilijke zucht naar Teekenen, die zich voor eenige jaren op de lippen eens Parijschen spotters in dezer voege lucht gaf: „Indien er een God is, dat Hij mij dan op dezen zelfden oogenblik door een bliksemstraal doode !" Dit bleef uit, en deswege achtte de spotter, dat het recht van zijn ongeloof was bewezen. Yan dezulken ook was het, dat Jezus uitriep: „Dit boos en overspelig geslacht verzoekt een Teeken 1" De Zone Gods stond in hun midden en zij, zoomin als eenig menschenkind, konden zich aan den ontzettenden indruk van Jezus machtige persoonlijkheid onttrekken. niet naar het geloof over te glijden, moesten ze zich dus met de uiterste inspanning van het booze hart verharden. Toch liet Jezus' verschijning hun geen rust, en daarom zinnen ze op een middel, waardoor hun ongeloof tot rust komen en ze zich tegenover Jezus rechtvaardigen konden. En nu roepen ze om een Teeken, niet uit werkelijke begeerte om de betooning van goddelijke kracht in een Teeken te aanschouwen, maar om, blijft niettegenstaande hun eisch, de verschijning van het Teeken uit, met dit bewijs van Jezus' onmacht hun ongeloof te rechtvaardigen. Een geheel andere drijfveer reeds leidt tot het tweede soort van zucht naar Teekenen, dat een oververzekering des geloofs verlangt. Zulk een verlangen spreekt in de vraag van Abraham en Zacharias, en we zagen dan ook, hoe, blijkens de geschiedenis zelve, een volstrekte veroordeeling van hun zucht naar Teekenen niet in de Schrift wordt gevonden. En Abraham én Zacharias geloofden reeds, maar bij hen, gelijk bij elk kind Gods, was het geloof niet een ongestoord bezit, maar een kracht die van oogenblik tot oogenblik uit Gods genadige vaderhand, als een gave zijner ontferming ontvangen werd. Van daar dat beide, ook na geloofd te hebben, weer twijfelen en aarzelen, en nu, de kracht tot bestrijding van dien twijfel niet in Gods Woord, maar in een nieuw Teeken zoekend, beider verhouding geheel omkceren. De Heere kon dus wel in neerbuigende liefde hun ongeloof te hulpe komen, maar niet zonder dat Hij in het Teeken zelf een afkeuring van hun eisch besloot. Het Woord, niet het Teeken, is de grond van ons geloof. „Al werd een Engel uit den hemel tot hem gezonden, of al stond iemand voor hen uit de dooden op, ze zouden evenwel niet gelooven," getuigt Jezus van dezelfden, van wie hij bestrattend oordeelt: „Ze hebben Mozes (;n de Profeten, dat ze die hooien !" Van een Teeken kan dus alleen sprake zijn in den gang der voorbereidende genade, die er ons toe brengt om in het woord

Om

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 70

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's