Dat de genade particulier is - pagina 38
:
S8 die
met u in aanraking komen en u dreigen
te verleiden
om
boos
te
worden.
Hiermee is alzoo bewezen, dat, in den regel zelfs, het voornaamwoord allen mag noch kan opgevat worden in den zin van een telwoord, zoodat bedoeld zou zijn: de som van allen stuk voor stuk^ maar dat in den regel „alle'' hyperbolisch gebezigd wordt voor allerstand, rang of ook allen van een bepaalde categorie, naai' lei soort, de samenhang het uitwijst.
Maar die samenhang, en dit is het tweede punt dat we bewijzen zouden, juist die samenhang nu verbiedt ten stelligste de uitdrukking „alle menschen" in 1 Tim. 2 4 in den zin van „alle menschen hoofd voor hoofd" op te vatten. Vriendelijk verzoek ik mijn lezers, om zich hiervan te overtuigen, de plaats zelf van 1 Tim. 2 4 in hun Bijbel te willen opslaan, en mij alsdan te willen zeggen, wat dat toch voor zin of beteekenis zou moeten hebben: „God wil dat alle menschen hoofd voor hoofd zalig worden, want er is maar één God en maar één Middelaar van God en menschen, de mensch Christus Jezus". Laat men mij toch eens in ernste zeggen, wat slot of zin er in die bijeenvoeging zou te vinden zijn: Alle menschen, ziel voor ziel, zalig worden, war/t er is maar één God en één Middelaar! Maar dat is immers niet te verstaan Dat is immers een aaneenrijging van onsaamhangende woorden. Dat gaat niet en dat vloeit niet. Dat kan de apostel niet hebben gezegd. Let toch wel op, die twee volzinnen staan maar niet zoo los naast elkaar; neen, maar ze zijn rechtstreeks aan elkaar verbonden door het redengevende woordeke want. „Want" er is maar één God Wat bij de gangbare onderstelling dat „alle", hier ter plaatse, „alle menschen hoofd voor hoofd" zou beteekenen eenvoudig elk redebeleid uit des :
:
!
!
apostels
Maar
woorden wegneemt en ons woorden overlaat zonder nu daarentegen het woordeke alle ook in dezen
vat
zin.
tekst eens
op precies op dezelfde wijze als ieder ander het doet in de pas behandelde reeks van plaatsen uit de pastoraalbrieven, en zie dan eens, hoe op eenmaal elke ongerijmdheid wegvalt en de zin volkomen helder Tyordt.
Er wordt dan gezegd: God wil dat allerlei menschen van alle volk natie, van allen rang en stand zalig worden, dus b. v. niet alleen uit de Joden maar ook uit de heidenen, \lant over alle natiën saam heerscht maar één God, en tusschen God en al die natiën is maar en
één
Middelaar tusschen beiden getreden, niet een Jood, niet een Griek, neen, maar de mensch Christus Jezus. Dat heeft uitnemend zin, niet waar? Paulus leefde in een tijd, toen alle natie meende haar eigen God te hebben, en dat er dus zoo vele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's